Uitspraak
1.[verhuurder 1] ,
2.
[verhuurder 2],
1.[huurder 1] ,
2.
[huurder 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een geschil tussen verhuurders en huurders over een mondeling gesloten huurovereenkomst voor een vrije sector woning. Verhuurders vorderden ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand. Huurders stelden zich op het standpunt dat zij de huur mochten opschorten vanwege gebreken aan de woning, verrekening van werkzaamheden en onjuiste huurprijsindexering.
De rechtbank stelde vast dat de huurprijsverhogingen in 2023, 2024 en 2025 niet volledig conform de Wet maximering huurprijsverhogingen waren doorgevoerd. Daarnaast erkende de verhuurder gebreken aan de CV-ketel, rotte kozijnen en slechte isolatie, die het huurgenot substantieel verminderden. De huurprijs werd daarom met 50% verlaagd vanaf 1 juli 2022 tot het moment dat de gebreken zijn hersteld.
Verder werd een verrekening van € 5.350,00 voor door de huurder uitgevoerde werkzaamheden geaccepteerd. Gelet op de correcte huurprijs, huurverlaging en verrekening concludeerde de rechtbank dat er geen huurachterstand bestond. De vorderingen van verhuurders tot betaling van achterstallige huur en ontbinding werden afgewezen. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten van de huurder.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden afgewezen en de huurprijs wordt met 50% verlaagd tot herstel van gebreken.