Werknemer trad in 2022 in dienst bij werkgever en werd per 30 januari 2025 op non-actief gesteld na een incident met de bestuurder. Werkgever verleende ontslag op staande voet wegens dreigend gedrag, fysiek geweld en vernieling van eigendommen. Werknemer betwistte de ernst en het verloop van het incident.
De rechtbank constateerde dat de verklaringen van partijen over het incident uiteenlopen en dat het bewijs onvoldoende is om het door werkgever geschetste scenario vast te stellen. Hoewel werknemer erkende de telefoon hardhandig van de bestuurder te hebben gegrist, was dit op zichzelf onvoldoende voor een dringende reden voor ontslag op staande voet. Andere gedragingen als fysiek geweld en vernieling zijn niet bewezen.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. Werkgever is daarom niet gerechtigd tot een gefixeerde schadevergoeding en moet de kosten van een cursus Nederlands terugbetalen omdat deze niet als noodzakelijke scholing is aangemerkt. De studie preventieassistente is wel noodzakelijke scholing en hoeft niet te worden terugbetaald.
Werknemer krijgt een gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding toegekend wegens onregelmatige opzegging. Een billijke vergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.