ECLI:NL:RBZWB:2025:4744
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van Dam
- Rechtspraak.nl
Betaling en verrekening vergoeding na afloop recht van erfpacht
De zaak betreft een geschil tussen eisers en de gedaagde over de vergoeding die de gedaagde verschuldigd is na afloop van een recht van erfpacht op een perceel waarop een vakantiewoning stond. De erfpacht eindigde per 31 december 2019 en de vergoeding is vastgesteld op €190.000,00, waarvan €187.987,46 openstond volgens een eindafrekening.
Na dagvaarding heeft de gedaagde diverse betalingen verricht, maar partijen verschillen van mening over de volgorde van verrekening van deze betalingen op hoofdsom, rente en incassokosten. De rechtbank stelt vast dat de betalingen eerst in mindering moeten worden gebracht op kosten, daarna rente en vervolgens de hoofdsom.
De buitengerechtelijke incassokosten worden vastgesteld op €2.654,87 en de wettelijke rente vanaf 22 maart 2023 is verschuldigd. Na verrekening resteert een bedrag van €1.561,82 aan hoofdsom, dat de gedaagde moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 augustus 2024 tot volledige betaling.
Daarnaast wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten van €4.410,85 en de wettelijke rente over deze kosten indien niet tijdig voldaan. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.561,82 plus wettelijke rente en proceskosten.