Eiser heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen geluidsoverlast veroorzaakt door een skatebaan nabij zijn woning. Geluidsmetingen toonden meerdere overschrijdingen van de maximale geluidsniveaus volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het college wees het verzoek af, stellende dat geen overtreding van de APV was en dat handhaving onevenredig zou zijn.
De bezwaarcommissie adviseerde het college het besluit te herroepen vanwege de overschrijdingen en geluidsoverlast, maar het college handhaafde het besluit met een motivering over afstand en geluidsnormen. Eiser stelde dat het college ten onrechte de VNG-richtafstanden gebruikte en onvoldoende rekening hield met de geluidsoverlast.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende gewicht gaf aan de geluidsoverlast en dat de piekgeluiden niet als incidentele overschrijdingen konden worden gezien. Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom het hoge referentieniveau het geluid van de skatebaan aanvaardbaar maakte. Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Omdat eiser inmiddels is verhuisd, blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, waardoor het handhavingsverzoek feitelijk wordt afgewezen. Het college moet het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.