Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[verdachte] ,
Procedure
Beoordeling
Beslissing
met ingang van 23 juli 2025 te 11:00 uuronder de volgende voorwaarden.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 22 juli 2025 besloten tot schorsing van de voorlopige hechtenis van een minderjarige verdachte, geboren in 2009, onder bijzondere voorwaarden. De gevangenhouding was op 15 juli 2025 bevolen, waarna het verzoek tot schorsing met zeven dagen werd aangehouden voor nadere onderbouwing.
De verdediging ondersteunde het verzoek met een adviesrapport van de Raad voor de Kinderbescherming en een deeladvies van Reclassering Nederland over elektronische monitoring. De rechtbank heeft de officier van justitie, verdachte en diens raadsvrouw gehoord en vastgesteld dat de ernstige bezwaren voor gevangenhouding nog steeds bestaan.
Desondanks weegt het persoonlijk belang van de minderjarige verdachte zwaarder dan het strafvorderlijk belang, en kunnen de doelen van voorlopige hechtenis ook met voorwaarden worden bereikt. De rechtbank neemt de geadviseerde voorwaarden over, behalve huisarrest en elektronische monitoring, omdat de rol van de jeugdreclassering daarin wettelijk niet uitvoerbaar is. De verdachte stemt in met de voorwaarden, die onder meer toezicht, medewerking aan onderzoek en gedragsregels omvatten.
De rechtbank wijst op artikel 68 Sv Pro dat de voorlopige hechtenis stopt zodra de verdachte uit andere hoofde rechtens van vrijheid wordt beroofd, zoals bij plaatsing in gesloten jeugdzorg. De schorsing gaat in op 23 juli 2025 om 11:00 uur en Jeugdbescherming West krijgt opdracht toezicht te houden op naleving en begeleiding van de verdachte.
Uitkomst: De rechtbank schorst de voorlopige hechtenis van de minderjarige verdachte onder bijzondere voorwaarden, met uitzondering van huisarrest en elektronische monitoring.