ECLI:NL:RBZWB:2025:4784
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in Terneuzen
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning in Terneuzen waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2022 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €174.000. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt dat de waarde maximaal €163.000 bedraagt.
De rechtbank beoordeelt de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen worden vergeleken met de woning van belanghebbende. De heffingsambtenaar heeft een taxatierapport overgelegd met drie referentiewoningen, waarvan één woning recentelijk twee keer is verkocht en gerenoveerd. De rechtbank acht deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en stelt vast dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen tussen de woningen.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat de voorzieningen van zijn woning ondergemiddeld zijn, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt tegenover de gemotiveerde betwisting van de heffingsambtenaar. Ook andere bezwaren worden door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag onroerendezaakbelasting blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €174.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.