ECLI:NL:RBZWB:2025:4794
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen tegen aanslagen inkomstenbelasting en Zvw kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de inspecteur inzake aanslagen inkomstenbelasting, premievolksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over de jaren 2017 tot en met 2021. De rechtbank beoordeelt de ontvankelijkheid van deze beroepen.
De beroepschrifttermijn van zes weken gaat in op de dag na de dagtekening van de uitspraken op bezwaar, welke op 15 april 2024 zijn gedateerd. De termijn eindigde derhalve op 27 mei 2024, maar belanghebbende stelde pas op 23 april 2024 bekend te zijn geworden met de uitspraken, waardoor de termijn zou eindigen op 4 juni 2024. Desondanks werd het beroepschrift pas op 11 juni 2024 digitaal ingediend, wat te laat is.
Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om redenen voor de termijnoverschrijding aan te geven, maar heeft niet gereageerd en kon ook geen bewijs overleggen van tijdige verzending per post. De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is en verklaart de beroepen daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De bestreden besluiten blijven in stand en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra op 24 juli 2025 en is zonder zitting gewezen conform artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen zijn kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare reden.