ECLI:NL:RBZWB:2025:4802

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 juli 2025
Publicatiedatum
24 juli 2025
Zaaknummer
C/02/387724 FA 21-3355
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • mr. Toekoen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vastleggen van afspraken in het addendum ouderschapsplan in een eindbeschikking

In deze zaak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 24 juli 2025 uitspraak gedaan in een rekestprocedure betreffende de zorgregeling voor twee minderjarige kinderen, geboren uit een eerder huwelijk tussen de man en de vrouw. De man verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen, terwijl de vrouw verweer voerde tegen dit verzoek. De rechtbank had eerder, op 2 september 2021, de behandeling van de zaak aangehouden om partijen de gelegenheid te geven om hulpverlening te initiëren, zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming. Na een lange periode van stilstand, waarin het dossier zoek raakte, hebben partijen onderling afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een addendum ouderschapsplan. De rechtbank heeft besloten om deze afspraken op te nemen in de eindbeschikking, zonder mondelinge behandeling, en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten worden gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/387724 / FA RK 21-3355
datum uitspraak: 24 juli 2025
beschikking over zorgregeling
in de zaak van
[de man],
hierna: de man,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. D.C.M. Smeulders-Martens in Raamsdonksveer,
tegen
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende in [plaats 2] ,
advocaat: mr. A. Smit in Vught,
over de minderjarige kinderen van partijen:
-
[minderjarige 1],
geboren te [plaats 1] op [geboortedag 1] 2009,
-
[minderjarige 2],
geboren te [plaats 2] op [geboortedag 2] 2011.

1.Het procesverloop

1.1
In het dossier zitten de volgende stukken:
- de beschikking van de rechtbank van 2 september 2021 en alle daarin genoemde stukken;
- de op 29 juni 2025 ontvangen stukken van mr. Smeulders-Martens;
- de op 9 juli 2025 ontvangen e-mail van mr. Smit met bijlage.

2.De feiten

2.1
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van
[datum 1] 2015 is in dat huwelijk de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op [datum 2] 2015 is ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.
2.2
Uit het huwelijk van partijen zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hen.
2.3
Bij de voormelde beschikking van [datum 1] 2015 is ook het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vrouw bepaald. Voorts is bepaald dat de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar om de week van vrijdag 18.00 uur na het avondeten tot zondag 18.00 uur na het avondeten, alsmede gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen, nader in onderling overleg door partijen te regelen.

3.De nadere beoordeling

3.1
Aan de orde is nog het primaire verzoek van de man om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] te wijzigen en bij hem te bepalen, subsidiair om de hoofdverblijfplaats van beide minderjarigen te wijzigen en bij de man te bepalen, waarbij zowel primair als subsidiair de thans geldende contactregeling voor de weekenden, schoolvakanties en feestdagen wordt gehandhaafd, en meer subsidiair om enige andere zorgregeling vast te stellen die de rechtbank in het belang van de minderjarigen acht.
De vrouw heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van de man en verzoekt deze niet-ontvankelijk te verklaren dan wel af te wijzen.
3.2
Bij beschikking van 2 september 2021 heeft de rechtbank de behandeling van de zaak voor drie maanden aangehouden, zodat partijen zelf de door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerde hulpverlening (inzet van mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2]) kunnen initiëren. Partijen zullen samen met de te initiëren hulpverlening bekijken op welke wijze de belangen van zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] het beste kunnen worden gediend.
3.3
Blijkens het roljournaal van de rechtbank zijn er na de beschikking van 2 september 2021 nog meerdere berichten ontvangen van mr. Smeulders-Martens en mr. Smit, waaronder een op 13 maart 2023 door mr. Smeulders-Martens overgelegd ‘addendum ouderschapsplan’ van 7 maart 2023, met het verzoek om de gemaakte afspraken op te nemen in de eindbeschikking.
3.4
Nadien is het dossier bij de rechtbank zoek geraakt, wat wordt betreurd. Ook wordt betreurd dat de rechtbank daarop niet adequaat heeft gereageerd. Na ruim twee jaar stilzitten heeft de rechtbank (de advocaten van) partijen verzocht de al ingediende stukken opnieuw over te leggen. Dat is vervolgens gebeurd, waarna de rechtbank een zogenaamd schaduwdossier heeft samengesteld. Voor de ontstane vertraging in de afhandeling van het verzoek biedt de rechtbank aan alle betrokkenen personen haar excuses aan.
3.5
Door beide partijen wordt verzocht de in het addendum ouderschapsplan gemaakte afspraken vast te leggen in een eindbeschikking en de zaak zonder mondelinge behandeling af te doen.
3.6
Partijen hebben onderling regelingen getroffen die zijn vermeld in het addendum ouderschapsplan. Deel van dit plan is een wijziging van de zorgregeling, zoals vastgesteld door de rechtbank bij de voormelde beschikking van [datum 1] 2015. De inhoud van dit addendum ouderschapsplan komt de rechtbank niet onrechtmatig voor. Zij zal, conform het verzoek van beide partijen, dan ook zonder een mondelinge behandeling bepalen dat het addendum ouderschapsplan deel zal uitmaken van deze beschikking. Deze beslissing zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
3.7
Omdat partijen ex-echtgenoten van elkaar zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij haar eigen kosten moet dragen.
3.8.
Het meer of anders verzochte zal worden afgewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de onderling getroffen regelingen in het addendum ouderschapsplan van 7 maart 2023 als in de beschikking opgenomen moeten worden beschouwd, onder verwijzing naar de als bijlage ingevoegde scan van het addendum ouderschapsplan;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Toekoen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2025, in aanwezigheid van Van Diepen, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.