In deze zaak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 24 juli 2025 uitspraak gedaan in een rekestprocedure betreffende de zorgregeling voor twee minderjarige kinderen, geboren uit een eerder huwelijk tussen de man en de vrouw. De man verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen, terwijl de vrouw verweer voerde tegen dit verzoek. De rechtbank had eerder, op 2 september 2021, de behandeling van de zaak aangehouden om partijen de gelegenheid te geven om hulpverlening te initiëren, zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming. Na een lange periode van stilstand, waarin het dossier zoek raakte, hebben partijen onderling afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een addendum ouderschapsplan. De rechtbank heeft besloten om deze afspraken op te nemen in de eindbeschikking, zonder mondelinge behandeling, en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten worden gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het meer of anders verzochte is afgewezen.