De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een zaak over de vaststelling van de kostenverdeling van een DNA-onderzoek en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van een minderjarige. Uit het DNA-onderzoek bleek met hoge waarschijnlijkheid dat de man de biologische vader is van de minderjarige.
De vrouw verzocht dat de man de volledige kosten van het DNA-onderzoek zou dragen, omdat zij geen twijfel had over het vaderschap en het onderzoek overbodig vond. De man wilde de kosten volledig door de vrouw laten dragen en wenste geen erkenning of omgang met de minderjarige. Beide partijen stemden uiteindelijk in met een gelijke verdeling van de kosten.
Partijen bereikten overeenstemming over de kinderalimentatie: de man betaalt vanaf 1 januari 2024 een bedrag van €25 per maand en vanaf 1 november 2024 €130 per maand, zonder indexering in 2025. De opgebouwde achterstand dient binnen vijftien maanden te worden voldaan. De rechtbank kende deze afspraken toe en bepaalde de kosten van het DNA-onderzoek op €755, te verdelen tussen partijen.