ECLI:NL:RBZWB:2025:4811

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 juni 2025
Publicatiedatum
24 juli 2025
Zaaknummer
C/02/418946 / FA RK 24-615
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Triest
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kostenverdeling DNA-onderzoek en vaststelling kinderalimentatie na vaderschapsonderzoek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een zaak over de vaststelling van de kostenverdeling van een DNA-onderzoek en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van een minderjarige. Uit het DNA-onderzoek bleek met hoge waarschijnlijkheid dat de man de biologische vader is van de minderjarige.

De vrouw verzocht dat de man de volledige kosten van het DNA-onderzoek zou dragen, omdat zij geen twijfel had over het vaderschap en het onderzoek overbodig vond. De man wilde de kosten volledig door de vrouw laten dragen en wenste geen erkenning of omgang met de minderjarige. Beide partijen stemden uiteindelijk in met een gelijke verdeling van de kosten.

Partijen bereikten overeenstemming over de kinderalimentatie: de man betaalt vanaf 1 januari 2024 een bedrag van €25 per maand en vanaf 1 november 2024 €130 per maand, zonder indexering in 2025. De opgebouwde achterstand dient binnen vijftien maanden te worden voldaan. De rechtbank kende deze afspraken toe en bepaalde de kosten van het DNA-onderzoek op €755, te verdelen tussen partijen.

Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de kosten van het DNA-onderzoek gelijk worden verdeeld en kent de overeengekomen kinderalimentatie toe.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/418946 / FA RK 24-615
beschikking betreffende levensonderhoud en kostenverdeling DNA-onderzoek
Datum: 17 juni 2025
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats 1],
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. J.C. van den Doel te Zierikzee,
en
[de man],
wonende te [woonplaats 2],
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. I.P.M.J. Nelemans te Tilburg.
Ouders van de minderjarige:
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2024.
1. Het nadere procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank van 15 augustus 2024 en alle daarin genoemde stukken;
- de op 31 oktober 2024 ontvangen Deskundigenrapportage Rechtsgeldig Verwantschapsonderzoek van Verilabs;
- het F9-formulier van 17 december 2024 van mr. Van den Doel;
- het F9-formulier van 28 januari 2025 van mr. Nelemans;
- het F9-formulier van 21 mei 2025 van mr. Nelemans met bijlagen;
- het F9-formulier van 23 mei 2025 van mr. Van den Doel met bijlagen;
- het F9-formulier van 3 juni 2025 van mr. Nelemans met bijlagen.
1.2. De zaak is (nader) mondeling behandeld op 4 juni 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De rechtbank verwijst naar haar beschikking d.d. 15 augustus 2024, waarbij een DNA-onderzoek is bevolen met betrekking tot de vraag of de man de biologische vader is van [minderjarige]. De behandeling van de zaak is vervolgens ten aanzien van de vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] en de definitieve kostenveroordeling, aangehouden in afwachting van de schriftelijke reacties van partijen op de uitkomst van het DNA-onderzoek.
2.2.
Uit de deskundigenrapportage rechtsgeldig verwantschapsonderzoek blijkt dat het met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,99% is aangetoond dat de man de biologische vader is van [minderjarige].
2.3.
Aan de orde zijn thans nog de vaststelling van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de definitieve kostenveroordeling. De vrouw heeft bij voormeld F9-formulier van 17 december 2024 te kennen gegeven dat zij haar verzoeken handhaaft. De vrouw verzoekt dus nog steeds een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] van € 425,- per maand, althans een door de rechtbank nader vast te stellen bedrag, met ingang van [geboortedag] 2024, althans per een door de rechtbank te bepalen datum.
De vrouw heeft ook haar verzoek met betrekking tot de kosten van het DNA-onderzoek gehandhaafd. Zij verzoekt de kosten van het DNA-onderzoek volledig voor rekening van de man te laten komen. De vrouw voert hiertoe aan dat er bij haar geen enkele twijfel was over dat de man de verwekker van [minderjarige] is en dat wat haar betreft het DNA-onderzoek dus volledig overbodig was.
2.4.
De man heeft kennis genomen van de conclusie van het DNA-rapport. Zijn standpunt is daardoor niet gewijzigd, in die zin dat hij [minderjarige] niet wenst te erkennen en geen omgang met hem wenst, zo blijkt uit het F9-formulier van 28 januari 2025 van mr. Nelemans. Daarbij geeft de man aan dat het partijen niet lukt om in onderling overleg tot een onderhoudsbijdrage te komen en een zitting daarom onvermijdelijk is.
Het verzoek van de man is om de verzoeken van de vrouw af te wijzen en de kosten van het DNA-onderzoek volledig voor rekening van de vrouw te doen komen.
Kostenverdeling DNA-onderzoek
2.5.
In voornoemde beschikking van 15 augustus 2024 is overwogen dat de rechtbank voornemens was om, indien zou blijken dat de man de verwekker van [minderjarige] is, te bepalen dat ieder de helft van de kosten van het DNA-onderzoek zou moeten betalen.
2.6.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 4 juni 2025 is door beide partijen ingestemd met de verdeling van de kosten van het DNA-onderzoek bij helfte.
2.7.
De rechtbank zal, gelet op de instemming van beide partijen, overeenkomstig r.o. 4.7. van de beschikking van 15 augustus 2024 beslissen, in die zin dat nu is gebleken dat de man de verwekker is van [minderjarige], de kosten van het DNA-onderzoek bij helfte worden gedeeld tussen partijen.
Kinderbijdrage
2.8.
Na een schorsing van de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige]. Partijen zijn overeengekomen dat de man vanaf 1 januari 2024 € 25,- per maand en vanaf 1 november 2024 € 130,- per maand als kinderalimentatie aan de vrouw zal voldoen. De wettelijke indexering over 2025 wordt uitgesloten, waarna het bedrag per 1 januari 2026 (en alle jaren daarna) wel geïndexeerd dient te worden. De door de man opgebouwde achterstand dient hij binnen vijftien maanden aan de vrouw te voldoen, te rekenen vanaf 1 juli 2025.
2.9.
Deze overeenstemming komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden toegewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
stelt de kosten van de deskundige vast op € 755,- (inclusief BTW);
bepaalt dat de man en de vrouw ieder de helft van de kosten van de deskundige moeten voldoen, zijnde een bedrag van € 377,50 (inclusief BTW) ieder, welk bedrag na ontvangst van een nota met betaalinstructie van het LDCR moet worden voldaan;
bepaalt dat de man met ingang van 1 januari 2024 ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2024, aan de vrouw moet voldoen een bedrag van € 25,- per maand en met ingang van 1 november 2024 een bedrag van € 130,- per maand, voor de toekomst bij vooruitbetaling aan haar te voldoen;
sluit de wettelijke indexering van voormelde bedragen uit voor het gehele jaar 2025;
verstaat dat de man de achterstand in de kinderbijdrage over de periode vanaf 1 januari 2024 tot heden binnen vijftien maanden na heden zal voldoen aan de vrouw, zodat de achterstand per 1 oktober 2026 volledig zal zijn voldaan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Brok, griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.