ECLI:NL:RBZWB:2025:4818
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening maatwerkvoorziening Wmo niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 24 juli 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening betreffende een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Verzoeker had een verzoek ingediend, maar heeft het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De rechtbank heeft verzoeker hierop bij aangetekende brief gewezen, met de mededeling dat niet tijdige betaling tot niet-ontvankelijkheid kan leiden.
Omdat het griffierecht niet binnen de termijn was ontvangen, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er heeft geen zitting plaatsgevonden, conform artikel 8:83 lid 3 Awb Pro. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.