Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 25 februari 2024 waarin haar aanvraag voor een Wajong-uitkering werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep en constateerde een motiveringsgebrek in het besluit, waarop het UWV een aanvullende rapportage van de verzekeringsarts overlegde. De rechtbank oordeelde dat er voldoende aannemelijk is dat eiseres op haar 18e jaar al leed aan POTS, maar dat MCAS niet bewezen was.
De verzekeringsarts stelde beperkingen vast die samenhangen met POTS, hEDS en ASS, en concludeerde dat eiseres maximaal vier uur per dag belastbaar is, verdeeld over twee periodes van twee uur. Eiseres betoogde dat vanwege de combinatie van aandoeningen een grotere urenbeperking noodzakelijk is, maar kon dit niet onderbouwen met medische stukken. De rechtbank volgde de verzekeringsarts en vond dat een bank met kussens voldoende is voor rustmomenten.
Hoewel het beroep gegrond werd verklaard vanwege het motiveringsgebrek, bleef het bestreden besluit in stand, waardoor eiseres geen Wajong-uitkering ontvangt. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.