ECLI:NL:RBZWB:2025:4821
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1962, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2022 is vastgesteld op € 373.000 door de heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van € 361.000 voor.
De rechtbank toetst de waardebeschikking aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen worden gebruikt die vergelijkbaar zijn in type, ligging en oppervlakte. De heffingsambtenaar heeft een taxatierapport met een waardering van € 392.000 overgelegd, inclusief een matrix die de verschillen tussen de woningen inzichtelijk maakt.
Belanghebbende voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de slechtere ligging van zijn woning, die tegenover een basisschool en nabij een tankstation ligt, wat volgens hem de waarde drukt. De rechtbank oordeelt echter dat de lagere verkoopprijs van een naastgelegen woning niet aan de ligging kan worden toegeschreven, mede omdat deze woning binnen de familie onder de marktwaarde is verkocht en in slechte staat verkeerde.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft daarmee in stand en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van € 373.000 blijft gehandhaafd.