ECLI:NL:RBZWB:2025:4846
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van Dam
- Rechtspraak.nl
Betaling factuur na opschorting wegens gebreken bij aanneming van werk afgewezen
De zaak betreft een geschil tussen een aannemer en een onderaannemer over de betaling van een factuur voor dakrenovatiewerkzaamheden aan een appartementencomplex. De aannemer heeft het werk uitgevoerd en een factuur van € 20.976,00 verzonden, waarvan een deel al was betaald. De opdrachtgever, Gold, heeft betaling opgeschort wegens vermeende gebreken en bood de aannemer de gelegenheid tot herstel, welke door Gold later werd geweigerd.
De rechtbank oordeelt dat de aannemer recht heeft op betaling van het openstaande bedrag omdat het werk is opgeleverd en Gold onvoldoende heeft aangetoond dat zij niet redelijkerwijs herstel mocht weigeren. De tenzij-bepaling van artikel 7:759 lid 1 BW Pro, die opschorting van betaling toestaat indien herstel redelijkerwijs niet kan worden verlangd, is niet van toepassing.
De vordering van Gold tot partiële ontbinding van de overeenkomst en aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen omdat er geen sprake is van verzuim aan de zijde van de aannemer. Tevens worden de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente toegewezen. Gold wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel conventie als reconventie.
Uitkomst: Gold wordt veroordeeld tot betaling van € 20.976,00 met rente en incassokosten, terwijl de reconventionele vordering wordt afgewezen.