Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 6 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
“Onverminderd het bepaalde in artikel 6:89 van Pro het Burgerlijk Wetboek, vervalt elk vorderingsrecht van de koper op [de leverancier] en haar partners in ieder geval na verloop van zes (6) maanden nadat de Zaken volgens de overeenkomst aan de koper zijn geleverd of aan de koper ter beschikking zijn gesteld, tenzij de koper binnen deze termijn een procedure bij de bevoegde rechter aanhangig heeft gemaakt. Deze termijn is bij een consumentenkoop geen twee, maar twaalf (12) maanden.”