ECLI:NL:RBZWB:2025:488

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 januari 2025
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
11313745 CV EXPL 24-3393 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Tilman-Knoester
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 14 lid 2 Verordening (EG) 593/2008Art. 6 Verordening (EG) 593/2008Art. 15 EVEX II-verdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling wegens betwisting overeenkomst webshopbestelling

Alektum Capital II AG vordert betaling van een factuur van €241,17 van [gedaagde], gebaseerd op een vermeende koopovereenkomst via een webshop op 22 mei 2021. Volgens Alektum heeft [gedaagde] goederen besteld en gekozen voor achteraf betalen via Klarna, waarna de vordering is overgedragen aan Alektum. [gedaagde] betwist het bestaan van de overeenkomst, de ontvangst van goederen en de orderbevestiging.

De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is vanwege het internationale karakter en de woonplaats van [gedaagde]. Alektum heeft een orderbevestiging overgelegd, maar dit bewijs is onvoldoende om het bestaan van de overeenkomst aan te tonen, mede omdat [gedaagde] de ontvangst van deze bevestiging betwist en Alektum geen aanvullende bewijsstukken heeft.

Daarom wordt de vordering afgewezen. Proceskosten worden aan Alektum opgelegd, maar de kosten van [gedaagde] worden nihil begroot omdat zij zonder gemachtigde heeft geprocedeerd en geen kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Uitkomst: De vordering van Alektum wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de overeenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11313745 \ CV EXPL 24-3393
Vonnis van 29 januari 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL II AG,
te Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

1.1.
In deze zaak gaat het om het volgende. Alektum vordert betaling van een factuur op grond van een gestelde overeenkomst tussen [website] en [gedaagde]. [gedaagde] betwist het bestaan van die overeenkomst.
1.2.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Alektum af. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de akte van Alektum;
- de antwoordakte van [gedaagde].
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.Het geschil

3.1.
Alektum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 241,17, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Alektum legt aan haar vordering -samengevat- ten grondslag dat [gedaagde] op 22 mei 2021 in de webshop van [website] goederen heeft besteld en dat zij deze goederen geleverd heeft gekregen. [gedaagde] heeft gekozen voor de optie om achteraf te betalen aan Klarna. Daarmee is op dat moment de geldvordering op [gedaagde] door [website] in eigendom overgedragen aan Klarna. Klarna heeft op 22 mei 2021 een orderbevestiging en factuur van € 179,00 gestuurd naar het [e-mailadres]. [gedaagde] heeft het verschuldigde bedrag van € 179,00 niet voldaan. Klarna heeft vervolgens haar vordering door middel van een akte van cessie verkocht en in eigendom overgedragen aan Alektum. [gedaagde] heeft het bedrag van € 179,00 ondanks betalingsherinneringen en sommaties onbetaald gelaten.
De buitengerechtelijke incassokosten van € 40,- worden gevorderd op grond van artikel 6:96 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
De wettelijke rente -tot 4 september 2024 berekend op een bedrag van € 22,17- wordt gevorderd op grond van het bepaalde in artikel 6:119 BW Pro.
3.3.
[gedaagde] betwist in haar verweer dat zij in de webshop van [website] goederen heeft besteld en dat zij die goederen ook in ontvangst heeft genomen. [gedaagde] stelt dat zij ook geen orderbevestiging heeft ontvangen en dat het door Alektum genoemde e-mailadres haar onbekend is. Ook stelt [gedaagde] dat zij geen mededeling heeft ontvangen van de overdracht van de vordering aan Klarna en daarna aan Alektum.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Omdat Alektum is gevestigd in Zwitserland en [gedaagde] in Nederland woont, heeft deze zaak een internationaal karakter. Dit houdt in dat de kantonrechter ambtshalve de vraag moet beantwoorden of de Nederlandse rechter bevoegd is om deze zaak te behandelen.
4.2.
Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het Verdrag van Lugano 2007 (het EVEX II-verdrag). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is en woonachtig is in Nederland. Dit leidt op grond van artikel 15 en Pro 16 EVEX II-verdrag tot de conclusie dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.3.
Verder is van belang welk recht op deze zaak van toepassing is. Alektum heeft gesteld dat zij door cessie de vordering van Klarna overgedragen heeft gekregen. De betrekking tussen Alektum als cessionaris (rechthebbende op de vordering door cessie) en [gedaagde] als (gesteld) schuldenaar, wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de gecedeerde vordering. Dat volgt uit artikel 14 lid 2 Verordening Pro (EG) 593/2008 (Rome I).
Op grond van artikel 6 van Pro deze verordening geldt in geval van een consumentenovereenkomst zoals hier dat het recht van toepassing is van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft. Aangezien [gedaagde] in Nederland woont, betekent dit dat Nederlands recht moet worden toegepast. De kantonrechter zal de zaak dan ook inhoudelijk beoordelen naar Nederlands recht.
inhoudelijke beoordeling
4.4.
Als meest verstrekkend verweer heeft [gedaagde] aangevoerd dat zij niet degene is geweest die een bestelling heeft geplaatst, zodat daarmee naar het oordeel van de kantonrechter is betwist dat er een overeenkomst is gesloten.
4.5.
De kantonrechter overweegt dat, nu in geschil is of er sprake is van een overeenkomst, het aan Alektum is om voldoende onderbouwd te stellen dat sprake is van een overeenkomst. Alektum stelt in de dagvaarding alleen dat [gedaagde] op 22 mei 2021 in de webshop van [website] goederen heeft besteld en dat er een orderbevestiging naar het [e-mailadres] is verzonden. Alektum heeft ter onderbouwing van haar stelling dat er sprake is van een overeenkomst bij dagvaarding de door haar genoemde orderbevestiging overgelegd. Op de orderbevestiging is alleen vermeld welk artikel is besteld en op welk moment en via welk rekeningnummer het factuurbedrag aan Klarna voldaan moet worden.
4.6.
Alektum stelt in haar akte dat er geen aanvullende bewijsstukken voor handen zijn en dat zij zich aan het oordeel van de kantonrechter zal refereren.
4.7.
De kantonrechter is van oordeel dat Alektum met de door haar overgelegde bewijsmiddelen de gestelde koopovereenkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. Er is een orderbevestiging overgelegd, maar dat is niet voldoende. [gedaagde] betwist ook dat zij deze orderbevestiging ontvangen heeft. Uit de overgelegde akte van Alektum blijkt dat Alektum niet over aanvullende bewijsstukken beschikt. Nu een nadere onderbouwing door Alektum niet is gegeven, kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] ook daadwerkelijk degene is geweest die het product in de webshop van [website] heeft gekocht.
Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering van Alektum zal worden afgewezen.
4.8.
Nu de vordering van Alektum zal worden afgewezen, is een (ambtshalve) toetsing van de (pre)contractuele informatieverplichtingen van Alektum niet meer aan de orde.
proceskosten
4.9.
Alektum zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, met dien verstande dat deze kosten aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil, nu [gedaagde] zonder bijstand van een gemachtigde heeft geprocedeerd en gesteld noch gebleken is dat zij anderszins kosten heeft gemaakt in het kader van deze procedure die voor vergoeding in aanmerking komen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Alektum af,
5.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten van [gedaagde] op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025.