ECLI:NL:RBZWB:2025:4880
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande semi-bungalow uit 1960 met diverse bijgebouwen en een perceel van 715 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning op 1 januari 2022 vast op €306.000 en legde op basis daarvan de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023 op.
Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen deze waarde en stelde dat de waarde maximaal €296.000 zou moeten zijn. De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde is vastgesteld door vergelijking met drie referentiewoningen die qua type, bouwjaar en ligging voldoende vergelijkbaar zijn.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk had gemaakt hoe rekening was gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, zoals de waardering van de aanbouw en de voorzieningen. De door belanghebbende aangevoerde punten waren onvoldoende om de vastgestelde WOZ-waarde te verlagen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag OZB is ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.