ECLI:NL:RBZWB:2025:4887
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake toekenning geweldsmiddelen aan bijzondere opsporingsambtenaar
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de aanvraag voor een uitschuifbare wapenstok en vuurwapen voor een bijzondere opsporingsambtenaar af te wijzen. Na handhaving van dit besluit op bezwaar heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter toetst of er sprake is van een spoedeisend belang dat het noodzakelijk maakt om de voorlopige voorziening toe te kennen. Verzoekster stelt dat de boa de geweldsmiddelen nodig heeft om zijn taken veilig en effectief uit te voeren, met het oog op de handhaving van de openbare orde en veiligheid.
De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het verlenen van toestemming voor het gebruik van deze geweldsmiddelen een zeer ingrijpende maatregel is die niet past binnen de voorlopige voorzieningenprocedure. Bovendien heeft verzoekster onvoldoende objectieve en verifieerbare bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat de boa zijn taken zonder deze middelen niet kan uitvoeren.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.