ECLI:NL:RBZWB:2025:4928

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 juli 2025
Publicatiedatum
30 juli 2025
Zaaknummer
02-339508-23
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het verwerven, in bezit hebben en zich toegang verschaffen tot kinderporno met voorwaardelijke gevangenisstraf en bijzondere voorwaarden

Op 30 juli 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het verwerven, in bezit hebben en zich toegang verschaffen tot kinderporno. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 16 juli 2025, waarbij de verdachte niet aanwezig was, maar zijn raadsvrouw, mr. L.V. Romme, wel. De officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, heeft de standpunten van de aanklacht en de verdediging gepresenteerd. De tenlastelegging omvatte de periode van 1 januari 2022 tot en met 22 december 2023, waarin de verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan het verwerven en in bezit hebben van kinderporno. De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding geldig was en dat de rechtbank bevoegd was om te oordelen. De officier van justitie vond dat de verdachte wettig en overtuigend schuldig was aan het verwerven en in bezit hebben van kinderporno, maar niet aan het gewoonte maken van deze handelingen. De verdediging pleitte voor vrijspraak van bepaalde onderdelen van de tenlastelegging en stelde dat niet de gehele periode bewezen kon worden.

De rechtbank oordeelde dat er voldoende bewijs was voor het bezit en verwerven van kinderporno, maar dat de periode van 1 januari 2022 tot en met 22 december 2023 niet volledig bewezen kon worden. De rechtbank sprak de verdachte vrij van het gewoonte maken van het bezit van kinderporno. De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden op, met een proeftijd van 3 jaar, en stelde bijzondere voorwaarden vast, waaronder het vermijden van digitale omgevingen met kinderpornografisch materiaal en het ondergaan van behandeling. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en de noodzaak van een hulpverleningskader voor de verdachte, gezien zijn problematiek en het hoge recidiverisico. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer, waarbij de rechters N. van der Ploeg-Hogervorst, H. Skalonjic en J.B. Polak betrokken waren.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
parketnummer: 02/339508-23
vonnis van de meervoudige kamer van 30 juli 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. L.V. Romme, advocaat te Breda.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 juli 2025. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie,
mr. M. van Leeuwen, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 januari 2022 tot en met 22 december 2023 kinderporno onder meer heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en daarvan een gewoonte heeft gemaakt.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte van 1 januari 2022 tot en met 22 december 2023 kinderporno heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft.
De overige ten laste gelegde gedragingen acht hij niet wettig en overtuigend bewezen. Dat geldt ook voor het gewoonte maken van het bezit van kinderporno. De officier van justitie vordert vrijspraak van die onderdelen van de tenlastelegging.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van het aan verdachte ten laste gelegde feit, voor zover dat feit ziet op het bezit van kinderporno. Verder is zij van mening dat niet de gehele ten laste gelegde periode wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, maar alleen de periode van 27 november 2023 tot 21 december 2023. Tot slot kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen van een gewoonte maken van het bezit van kinderporno. Zij verzoekt dan ook om verdachte daarvan vrij te spreken.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Gelet op de bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit en verwerven van kinderporno en dat hij zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft.
Op basis van de bewijsmiddelen zal de rechtbank de ten laste gelegde pleegperiode terugbrengen naar de periode van 27 november 2023 tot en met 22 december 2023. Niet is komen vast te staan dat verdachte al vanaf 1 januari 2022 kinderporno in zijn bezit heeft gehad, heeft verworven en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft.
Nu daarvan niet uit de bewijsmiddelen en de overige stukken in het dossier is gebleken en gelet op de korte pleegperiode, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een gewoonte maken van de bewezenverklaarde handelingen, zodat verdachte van deze strafverzwarende omstandigheid zal worden vrijgesproken.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
in de periode van
27 november 2023tot en met 22 december 2023 in Nederland, een aantal afbeeldingen, te weten foto’s - en
eengegevensdrager, bevattende afbeeldingen, te weten een computer, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven, in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het oraal penetreren (met de penis) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (afbeeldingen #02
en#04 van de collectiescan en toonmap), en
- het betasten van
het geslachtsdeelvan een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (afbeelding #01 van de collectiescan en toonmap), en
- het masturberen bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het houden van een penis bij het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingen #03
en#05 van de collectiescan en toonmap).
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 31 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering in het rapport van 9 juli 2025 zijn geadviseerd. Daarnaast wordt de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevorderd. Tot slot vordert hij aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt in de strafmaat rekening te houden met de bijzondere persoonlijke omstandigheden van verdachte. Gelet op de openheid van verdachte (over zijn pedofiele gevoelens) en zijn nadrukkelijke wens om hulp te krijgen, is een hulpverleningskader van groot belang om te voorkomen dat het in de toekomst opnieuw misgaat. Het is dan ook niet passend om verdachte naar de gevangenis te sturen, temeer nu er al deels een hulpverleningstraject is gestart en verdachte een geschikte woonplek heeft.
Verder verzoekt zij rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte een first offender is. Daarnaast is er sprake van bezit van een klein aantal kinderpornografische afbeeldingen in een korte periode en is verdachte in de afgelopen twee jaar niet weer de fout ingegaan.
Niet alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar ook een taakstraf is niet passend, omdat deze gelet op de psychische problematiek van verdachte niet uitvoerbaar lijkt te zijn. De verdediging verzoekt dan ook om te komen tot een geheel voorwaardelijke (gevangenis)straf met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden en het reclasseringstoezicht.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
De aard en de ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwerven en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen en het verschaffen van toegang daartoe.
Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Door het handelen van verdachte wordt de productie van kinderpornografisch materiaal gestimuleerd en in stand gehouden. Zonder vraag is er immers geen aanbod.
De betrokken kinderen lopen vaak psychische schade op die gedurende lange tijd en vaak de rest van hun leven diepe sporen nalaat. Daarnaast is het erg moeilijk om eenmaal online geplaatste foto’s van het internet te laten verwijderen, waardoor deze kinderen hier ook op volwassen leeftijd nog mee kunnen worden geconfronteerd.
Verdachte heeft door zijn handelen een bijdrage geleverd aan deze gevolgen en is hier mede verantwoordelijk voor. Dit rekent de rechtbank verdachte aan. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook die kinderporno verwerven en in bezit hebben.
In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij – toen dit uitkwam – openheid van zaken heeft gegeven en inzicht heeft gegeven in zijn problematiek, waarvoor al een hulpverleningstraject is gestart.
De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte
De rechtbank houdt verder rekening met het strafblad van verdachte van 27 mei 2025, waaruit blijkt dat hij wel eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, maar niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.
Verder slaat de rechtbank acht op het rapport van de reclassering van 9 juli 2025. Uit dit rapport blijkt dat bij verdachte sprake is van pedofiele gevoelens, van verslavingsproblematiek, een (mogelijke) verstandelijke beperking, PTSS, een (sociale) angststoornis en een persoonlijkheidsstoornis. De reclassering heeft geconcludeerd dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat. Geadviseerd is bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang, meewerken aan middelencontrole en het vermijden van kinderporno.
Volgens de reclassering lijkt een taakstraf niet goed uitvoerbaar.
Straf
De rechtbank is gelet op het voorgaande – en dan met name de problematiek van verdachte – van oordeel dat een hulpverleningskader voor verdachte van groot belang is en dat hierop de nadruk moet (blijven) liggen om het hoge recidiverisico zo veel mogelijk in te perken en daarmee te voorkomen dat verdachte wederom de fout ingaat. Gelet hierop en gelet op het bezit van een beperkt aantal kinderpornografische afbeeldingen in een korte periode, is oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. Daarnaast is gebleken dat een taakstraf niet goed uitvoerbaar zal zijn. Wel passend is een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden moet worden opgelegd met een proeftijd van 3 jaar. Gelet op de aard en de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat deze voorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk is om een stok achter de deur te vormen om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (dergelijke) strafbare feiten te plegen en maakt deze het stellen van bijzondere voorwaarden mogelijk.
De rechtbank ziet, gelet op het rapport van de reclassering en het verhandelde ter zitting, aanleiding om aan deze voorwaardelijke straf de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden en ook het reclasseringstoezicht op te leggen.
De rechtbank acht een proeftijd van 3 jaar nodig, gelet op de aard van de problematiek en de benodigde behandeling daarvan.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De rechtbank overweegt met betrekking tot de gevorderde dadelijke uitvoerbaarheid als volgt. In artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de rechter kan bevelen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, als er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Gelet op de aard van het bewezenverklaarde feit, kan dit feit niet zonder meer worden gekarakteriseerd als een misdrijf dat rechtstreeks gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank ziet dan ook geen mogelijkheid om toepassing te geven aan het bepaalde in het genoemde wetsartikel en zal de dadelijke uitvoerbaarheid niet bevelen.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging,
waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is
betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel
van een geautomatiseerd werk de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 (drie) jaar;
- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als
bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich binnen 5 dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij SVG Reclassering Vincent van Gogh op het adres Wilhelminaplein 26, 6041 CE Roermond (telefoonnummer 0475-786730). Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
* dat verdachte zich laat behandelen door STEVIG of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
* dat verdachte verblijft bij [instelling] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering.
Het verblijf is reeds gestart op basis van een WLZ(7) indicatie. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.
Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
* dat verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
* dat verdachte gedurende de proeftijd:
a. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
b. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
c. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
d. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft.
Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) drie keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte;
- stelt vast dat
van rechtswege de volgende voorwaardengelden:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter, mr. H. Skalonjic en mr. J.B. Polak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Huwae, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 juli 2025.
Mrs. Skalonjic en Polak zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

9.Bijlage I

De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 22 december 2023 4 mei
te Vlissingen, althans in Nederland,
telkens
een (groot) aantal afbeeldingen, te weten foto’s - en/of gegevensdragers, bevattende
afbeeldingen, te weten een computer, -
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar
nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft
verspreid, aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd,
doorgevoerd, uitgevoerd, verworven, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel
van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een
communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het oraal penetreren (met de penis) door zichzelf en/of door een volwassen
man/een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, van het
lichaam van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog
niet heeft/hebben bereikt (afbeeldingen #02, #04 van de collectiescan en toonmap),
en/of
- het (laten) betasten van de geslachtsdelen van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de
leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt door een volwassen persoon/een
persoon die (eveneens) kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft
bereikt/zichzelf (afbeeldingen #01 van de collectiescan en toonmap), en/of
- het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een
persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden
van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die
kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingen #03, #05 van de
collectiescan en toonmap)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
(art. 240b lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht)