De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 23 mei 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende het gezag over een minderjarige na echtscheiding van de ouders. De echtscheiding was reeds uitgesproken en de verdeling van gemeenschappelijke goederen geregeld. De moeder verzocht om het gezag voortaan alleen aan haar toe te wijzen.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin werd geadviseerd het verzoek van de moeder toe te wijzen. De Raad stelde vast dat de vader al bijna drie jaar geen contact meer heeft met de minderjarige en ook niet met de moeder communiceert. Dit leidt tot spanningen bij het kind en het risico dat het kind klem raakt tussen de ouders. Zowel de moeder als de vader stemden in met het advies van de Raad.
De rechtbank overwoog dat aan de wettelijke voorwaarden voor wijziging van het gezamenlijk gezag was voldaan. De vader heeft geen contact meer met het kind, is niet betrokken bij beslissingen en wil het gezag niet meer uitoefenen. Het belang van het kind vereist dat het gezag aan de moeder wordt toegekend. De rechtbank besloot dan ook het gezag eenhoofdig aan de moeder toe te wijzen.