Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2025 in de zaak tussen
[eiseres],uit [plaats], eiseres,
[eiser], uit [plaats], eiser,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres om compensatie voor het jaar 2013 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. De Dienst Toeslagen had de aanvraag voor 2014 toegewezen, maar die voor 2009 tot en met 2013 afgewezen wegens het ontbreken van vooringenomen handelen.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet-ontvankelijk is omdat hij geen rechtstreeks belang heeft bij het bestreden besluit. Het beroep van eiseres wordt inhoudelijk behandeld, waarbij zij aanvoert dat zij vanwege haar Wsnp-bewindvoering niet bevoegd was om wijzigingen door te geven en dat de Dienst Toeslagen niet welwillend heeft beoordeeld.
De Dienst Toeslagen stelt dat alle wijzigingen met de DigiD van eiseres zijn doorgegeven en dat zij toestemming heeft gegeven voor het gebruik van haar inloggegevens. De rechtbank concludeert dat de wijzigingen onderdeel zijn van de reguliere procedure en dat er geen aanwijzingen zijn voor institutionele vooringenomenheid of onbillijkheid.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep van eiser niet-ontvankelijk en het beroep van eiseres ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk en het beroep van eiseres ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.