ECLI:NL:RBZWB:2025:4972
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden van vier onroerende zaken en handhaving aanslagen OZB
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarden van vier onroerende zaken, waaronder drie appartementen en een casino, vastgesteld per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar heeft de bezwaren ongegrond verklaard en de rechtbank heeft de zaak op 24 juli 2025 behandeld.
De rechtbank beoordeelde of de WOZ-waarden te hoog waren vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode voor de woningen en de huurwaardekapitalisatiemethode voor het casino. De gebruikte referentiewoningen en de taxatiematrix werden als voldoende vergelijkbaar en onderbouwd beschouwd. De stelling van belanghebbende dat de waarden met 25% verlaagd moesten worden, werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
Voor het casino werd de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast met een huurwaarde en kapitalisatiefactor die door de rechtbank als redelijk werden geacht. De coronapandemie en het leegstandsrisico werden meegewogen, waarbij de lagere huurwaarde reeds rekening hield met mogelijke gevolgen. Het verzoek om aanvullende huurovereenkomsten werd afgewezen omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat de waardering onjuist was.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarden niet te hoog waren vastgesteld en verklaarde de beroepen ongegrond. De aanslagen onroerendezaakbelastingen blijven gehandhaafd en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden zijn ongegrond verklaard en de aanslagen OZB blijven gehandhaafd.