ECLI:NL:RBZWB:2025:4973
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hotelobject in Middelburg niet te hoog vastgesteld
Belanghebbende, eigenaar van een hotel met 42 kamers en bijbehorende voorzieningen, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het object op €2.103.000 per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar. Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €1.499.000 zou moeten zijn.
De rechtbank beoordeelde de zaak op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de waarde wordt bepaald door de huurwaarde te vermenigvuldigen met een kapitalisatiefactor, afgeleid uit vergelijkbare objecten. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met verkoopcijfers van meerdere vergelijkingsobjecten en een kapitalisatiefactor van 10.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De stelling van belanghebbende was onvoldoende onderbouwd en er waren geen aanwijzingen om aan de vastgestelde waarde te twijfelen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2024 gehandhaafd blijven. Tevens werd het verzoek om griffierechtvrijstelling afgewezen en geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €2.103.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.