ECLI:NL:RBZWB:2025:4974
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hotelobject niet te hoog vastgesteld
Belanghebbende betwistte de WOZ-waarde van een hotelobject, vastgesteld op €2.666.000, en stelde dat de waarde maximaal €1.549.000 zou moeten zijn. De heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland handhaafde de waarde met onderbouwing op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De onderbouwing met verkoopcijfers van vergelijkbare objecten en een kapitalisatiefactor van 8,3 was overtuigend. De stelling van belanghebbende was onvoldoende onderbouwd.
Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht werd afgewezen omdat geen bewijs daarvoor was geleverd. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en handhaafde de aanslag onroerendezaakbelasting.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de WOZ-waarde en aanslag OZB voor het belastingjaar 2024 definitief zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €2.666.000 is ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.