ECLI:NL:RBZWB:2025:4980

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 augustus 2025
Publicatiedatum
31 juli 2025
Zaaknummer
11537671 CV EXPL 25-750
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Rouwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst energie en verschuldigdheid incassokosten en proceskosten

Partijen sloten een overeenkomst voor levering van elektriciteit en gas. ENGIE UnitedConsumers Energie leverde energie aan gedaagde, die de factuur van €8.048,31 onbetaald liet. Gedaagde erkende de betalingsverplichting maar stelde dat medehuurders niet betaalden, waardoor zij niet kon voldoen. Een betalingsregeling werd aangeboden en geaccepteerd, maar ENGIE weigerde de dagvaarding in te trekken.

De kantonrechter oordeelde dat de hoofdsom en wettelijke rente toewijsbaar zijn, omdat gedaagde de verplichting erkent. Het verweer tegen incassokosten faalde omdat aanmaningen per e-mail zijn verzonden en vermoedelijk ontvangen. De gevorderde incassokosten van €777,42 werden toegewezen.

Gedaagde stelde dat ENGIE onnodig de procedure voortzette en daarom in de proceskosten veroordeeld moet worden. Dit werd afgewezen omdat een vonnis een executoriale titel biedt die een betalingsregeling niet heeft. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten van €1.476,78, met het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande energiekosten, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11537671 \ CV EXPL 25-750
Vonnis van 13 augustus 2025
in de zaak van
ENGIE UNITEDCONSUMERS ENERGIE B.V. H.O.D.N. UNITEDCONSUMERS ENERGIE,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: ENGIE UnitedConsumers Energie,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. M.J.M. Voogt.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de akte van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn via internet een overeenkomst aangegaan tot levering van elektriciteit en gas op het adres van [gedaagde]. ENGIE UnitedConsumers Energie heeft over de periode van de overeenkomst (van 2 oktober 2022 tot 20 februari 2023) een factuur aan [gedaagde] gezonden voor een bedrag van € 6.367,38 aan elektriciteit en € 1.680,93 aan gas en dus voor in totaal € 8.048,31. [gedaagde] heeft dit bedrag onbetaald gelaten.

3.Het geschil

3.1.
ENGIE UnitedConsumers Energie vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 8.048,31, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
ENGIE UnitedConsumers Energie legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Zij heeft een rechtsgeldige overeenkomst gesloten met [gedaagde] en heeft op grond daarvan elektriciteit en gas aan het adres van [gedaagde] geleverd. [gedaagde] heeft ten onrechte de daarop betrekking hebbende facturen niet betaald.
3.3.
[gedaagde] erkent de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichting. Zij stelt dat zij de kosten van elektriciteit en gas met andere bewoners in de woning deelde, maar dat die hun verplichtingen jegens haar niet zijn nagekomen, waardoor zij als contractspartij alleen voor de betalingen kwam te staan en die niet kon nakomen. [gedaagde] heeft een betalingsregeling aangeboden die door ENGIE UnitedConsumers Energie is geaccepteerd. Zij vindt daarom dat de dagvaarding moet worden ingetrokken om onnodige kosten te voorkomen. Omdat ENGIE dat heeft geweigerd moet zij in de proceskosten worden veroordeeld. Verder stelt [gedaagde] dat zij geen aanmaningen heeft ontvangen op haar adres, zodat er geen incassokosten zijn verschuldigd. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van ENGIE UnitedConsumers Energie, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van ENGIE UnitedConsumers Energie, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van ENGIE UnitedConsumers Energie in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Omdat [gedaagde] de betalingsverplichting voor de levering van elektriciteit en gas erkent, kan de vordering in hoofdsom worden toegewezen. Dat geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente. [gedaagde] voert alleen verweer tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
4.2.
ENGIE UnitedConsumers Energie vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. ENGIE UnitedConsumers Energie stelt dat zij aan [gedaagde] per e-mail ‘WIK-brieven’ (op 17 juli 2023 en 4 september 2023) heeft verzonden aan het adres dat [gedaagde] zelf ook gebruikt, zodat zij deze wel heeft ontvangen ondanks dat zij haar verhuizing naar een ander adres niet heeft doorgegeven aan UnitedConsumers Energie. [gedaagde] heeft gesteld dat zij de brieven die per post zouden zijn verzonden, niet heeft ontvangen, maar zij heeft geen verklaring gegeven over de aan haar per e-mail toegezonden brieven. De kantonrechter zal er daarom in rechte van uit gaan dat [gedaagde] wel kennis heeft genomen van de aanmaningen die haar per e-mail zijn toegezonden, zodat rechtsgeldig een beroep op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten kan worden gedaan. Daarom zal een bedrag van € 777,42 worden toegewezen.
4.3.
[gedaagde] stel dat UnitedConsumers Energie in de proceskosten moet worden veroordeeld omdat, zo begrijpt de kantonrechter, UnitedConsumers Energie onnodig de procedure heeft doorgezet, waardoor proceskosten zijn gemaakt. Immers, UnitedConsumers Energie heeft de aangeboden betalingsregeling geaccepteerd en er was dus geen aanleiding (meer) om een vonnis te vragen. De kantonrechter volgt [gedaagde] daarin niet. Het enkele feit dat een betalingsregeling is overeengekomen maakt niet dat een geen rechtens te respecteren belang bestaat vonnis te vragen in een lopende procedure. Een vonnis levert immers een executoriale titel op die kan worden aangewend bij niet-nakoming van de veroordeling. Een onderling overeengekomen betalingsregeling ontbeert die eigenschap. Daar komt bij dat de betalingsregeling nadat de dagvaarding is uitgegaan, is overeengekomen, zodat de eerste kosten reeds waren gemaakt.
4.4.
Uit het voorgaande volgt dat het volgende wordt toegewezen: € 8.048,31 aan hoofdsom, € 913,64 aan tot de datum van de dagvaarding verschenen wettelijke rente en € 777,42 aan buitengerechtelijke incassokosten. Dit moet nog worden vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de algehele betaling.
4.5
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ENGIE UnitedConsumers Energie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.476,78

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan ENGIE UnitedConsumers Energie te betalen een bedrag van € 8.961,95 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 8.048,31, met ingang van 4 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan ENGIE UnitedConsumers Energie te betalen een bedrag van € 777,42 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.476,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025.