De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 9 juli 2025 uitspraak gedaan in een spoedprocedure betreffende een machtiging tot uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling van twee pasgeboren kinderen, een tweeling die zeven weken te vroeg is geboren en momenteel in een ziekenhuis verblijft.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om ondertoezichtstelling van de kinderen voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing in een ziekenhuis en aansluitend in een pleegzorgvoorziening bij de oma vaderszijde voor drie maanden. De ouders, die beiden een zware zorgindicatie hebben vanwege verstandelijke beperkingen en psychiatrische problematiek, zijn niet in staat zelfstandig voor de kinderen te zorgen en tonen een afwerende en soms agressieve houding tegenover hulpverlening.
De kinderrechter overweegt dat de situatie van de kinderen ernstig bedreigd wordt door de omstandigheden, mede door de vroeggeboorte en mogelijke complicaties, en dat de ouders onvoldoende in staat zijn de noodzakelijke zorg te bieden. De rechtbank acht de uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen.
De beschikking stelt de kinderen onder toezicht van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering voor een jaar en verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van 13 juli tot 30 september 2025. De ouders kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen.