De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 18 juli 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1998, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Betrokkene was meerdere malen psychotisch ontregeld geraakt, mede door voortijdig stoppen met medicatie tijdens een afbouwfase, wat leidde tot agressief gedrag en overlast voor de omgeving. Dit gedrag had ook negatieve gevolgen voor haar kinderen en bracht haar echtgenoot in een overbelaste situatie. Hoewel betrokkene inmiddels klinisch gestabiliseerd is en terug kan keren naar huis, is er onvoldoende vertrouwen dat zij vrijwillig de medicatie en ambulante zorg zal blijven volgen.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een ernstig risico op levensgevaar, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie bij anderen. Verplichte zorg is noodzakelijk om dit te voorkomen. Daarom werd de zorgmachtiging verleend voor zes maanden, met maatregelen zoals het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, beperkingen in het eigen leven waaronder communicatiemiddelen, en opname in een accommodatie bij dreigende ontregeling.
Andere gevraagde vormen van zorg werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak. De machtiging is evenredig, effectief en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. Tegen deze beschikking staat cassatie open.