Op 23 juli 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een nadere beschikking gegeven over de voorlopige ondertoezichtstelling en een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2017. De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om de minderjarige voorlopig onder toezicht te stellen en een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen. De ouders van de minderjarige, die gehuwd zijn en gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, zijn betrokken bij de procedure. De kinderrechter heeft vastgesteld dat er ernstige zorgen zijn over de thuissituatie van de minderjarige, die grenzeloos gedrag vertoont en onvoldoende emotionele en fysieke veiligheid ervaart. De moeder vertoont verward gedrag en heeft waanideeën, wat de situatie van de minderjarige verder compliceert. De kinderrechter heeft besloten de voorlopige ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing toe te wijzen, met ingang van 24 juli 2025 en tot 10 oktober 2025. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de noodzakelijke zorg voor de minderjarige kan worden geboden. De ouders hebben aangegeven het eens te zijn met de ondertoezichtstelling, maar zijn het niet eens met de uithuisplaatsing. De kinderrechter heeft benadrukt dat de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling noodzakelijk is voor de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige.