De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds 2023 onder toezicht staat vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. De minderjarige woont bij zijn moeder, die samen met de oom het ouderlijk gezag uitoefent. De GI stelt dat de moeder en oom onvoldoende in staat zijn om het belang van de minderjarige voorop te stellen en de benodigde zorg te regelen, mede doordat de moeder de verstandelijke beperking van de minderjarige ontkent.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de moeder aan het zwaar te hebben en zich niet op haar gemak te voelen in Nederland. Zij wenst dat de minderjarige naar Frankrijk verhuist, waar ook de oom woont. De GI vreest echter dat zonder betrokkenheid van de GI de minderjarige te snel en zonder een goed plan naar Frankrijk zal verhuizen, wat nadelig is voor zijn ontwikkeling.
De kinderrechter oordeelt dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging onverminderd aanwezig is en dat de moeder door haar overbelasting en psychische problematiek onvoldoende zorg kan bieden. De betrokkenheid van de GI is noodzakelijk om een adequate verhuizing naar Frankrijk te waarborgen. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd tot de meerderjarigheid van de minderjarige en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.