De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 31 juli 2025 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke beroep van de erven van wijlen de heer belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland.
De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde van de woning vastgesteld op €247.000 per 1 januari 2022, met een daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023. Het bezwaar van wijlen belanghebbende werd ongegrond verklaard, waarna de erven de procedure voortzetten.
Tijdens de zitting op 19 juni 2025 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd verlaagd tot €205.000. De rechtbank zag geen reden om hiervan af te wijken en verklaarde het beroep gegrond. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verminderd en de heffingsambtenaar werd verplicht het griffierecht aan de belanghebbenden te vergoeden.
De woning betreft een tussenwoning uit 1948 met een gebruiksoppervlakte van 95 m², een aangebouwde woonruimte van 20 m² en een vrijstaande garage van 17 m², gelegen op een perceel van 287 m². De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.