ECLI:NL:RBZWB:2025:5065

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 juli 2025
Publicatiedatum
3 augustus 2025
Zaaknummer
433394 FA RK 25-1513
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • M. Haerkens-Wouters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing van verzoek tot beschikking inzake minderjarigen na intrekking door de vrouw

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 31 juli 2025, is een verzoek tot beschikking inzake minderjarigen ingediend door de vrouw, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. R.A.W. van Oudheusden. De man, vertegenwoordigd door mr. S. Klootwijk, was de tegenpartij. Het verzoek, dat op 20 maart 2025 was ingediend, betrof de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Tijdens de procedure heeft de vrouw op 21 mei 2025 via een F9-formulier laten weten dat zij haar verzoek introk. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw geen belang meer had bij een beslissing op haar verzoek, wat leidde tot de afwijzing van het verzoek. De rechtbank heeft daarbij geoordeeld dat, gezien de relatie tussen de partijen en de betrokkenheid van hun kinderen, de proceskosten gecompenseerd moesten worden. Dit houdt in dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, Van Beijsterveldt, en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/433394 FA RK 25-1513
datum uitspraak: 31 juli 2025
beschikking
in de zaak van
[de vrouw],
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. R.A.W. van Oudheusden te Oosterhout ,
tegen
[de man] ,
hierna: de man,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. S. Klootwijk te Breda,
over de minderjarigen:
-
[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2015;
- [minderjarige 2]geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019.

1.Het procesverloop

1.1
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 20 maart 2025 ontvangen verzoek met bijlagen;
- het F2-formulier van mr. Klootwijk van 16 april 2025;
- de F9-formulieren van mr. Klootwijk van 6 mei 2025 en 23 juli 2025;
- het F9-formulier van mr. Van Oudheusden van 21 mei 2025;
- het F5-formulier van mr. Van Oudheusden van 18 juli 2025.

2.De beoordeling

2.1.
Bij voormeld F5-formulier heeft mr. Van Oudheusen namens de vrouw bericht dat het verzoek wordt ingetrokken.
2.2.
Dit betekent dat de vrouw geen belang meer heeft bij een beslissing op haar verzoek. De rechtbank zal dit verzoek dan ook afwijzen.
2.3.
Omdat partijen een relatie met elkaar hebben gehad en de zaak over hun kinderen gaat, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.

3.De beslissing

De rechtbank
wijst het verzoek af;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Haerkens-Wouters, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2025 in aanwezigheid van Van Beijsterveldt, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.