Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar over de WOZ-waarde en de daarbij behorende aanslag voor het jaar 2023 van een niet-woning. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op € 2.650.000, welke na bezwaar was verlaagd naar € 2.296.000.
Tijdens de zitting op 30 juli 2025 hebben partijen een compromis bereikt waarbij de waarde van het object is vastgesteld op € 1.800.000, exclusief het gedeelte van het kinderdagverblijf dat apart is afgebakend vanwege een andere gebruiker. De aanslag volgt deze WOZ-waarde en wordt dienovereenkomstig verlaagd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden. De uitspraak bevestigt het ter zitting bereikte compromis en leidt tot een verdere verlaging van de aanslag.