ECLI:NL:RBZWB:2025:5078
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Oisterwijk
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1934, gelegen op een perceel van 387 m². De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vastgesteld op €288.000 en de aanslag OZB opgelegd. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt dat de woning door verzakkingen onbewoonbaar is in de winter en dat het perceel geen bouwrijpe grond betreft, mede door de aanwezigheid van een monumentale woning.
De rechtbank beoordeelt of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix gebruikt waarin de waarde van de woning is berekend met een grondstaffel minus een correctie van €60.000. Hierbij is geen waarde toegekend aan de opstal, waarmee rekening is gehouden met de gebreken die belanghebbende aanvoert.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De neerwaartse correctie van €60.000 houdt voldoende rekening met de waardedruk door het ontbreken van bouwrijpe grond en de aanwezigheid van het monumentale pand. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een grotere waardedruk moet worden toegepast.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijven de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd. Het griffierecht wordt niet vergoed aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €288.000 blijft gehandhaafd.