Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 primair en subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 31 januari 2025 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van witwassen, het opmaken van een valse verkoopfactuur en het niet melden van een ongebruikelijke transactie bij de verkoop van een Mercedes AMG.
De kern van het verwijt was dat verdachte de auto niet aan de vermelde koper had verkocht, maar aan diens zoon, die betrokken was bij criminele activiteiten, en dat verdachte bewust een lagere verkoopprijs had opgegeven om meldingsplicht te ontduiken. De rechtbank stelde vast dat verdachte autohandelaar is en dat er meerdere aanwijzingen waren die het scenario van de officier van justitie ondersteunden, zoals het grote verschil tussen de geadverteerde prijs en de factuurprijs, de betrokkenheid van de zoon bij de aankoop en het aanpassen van de factuurdatum.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte dat verdachte wist of had moeten vermoeden dat de auto met crimineel geld werd betaald, dat de verkoopprijs hoger was dan vermeld, of dat er een opzettelijk valsheid in geschrifte was gepleegd. Verdachte gaf aannemelijke verklaringen voor de gang van zaken, en onduidelijkheden over het handgeschreven briefje en de factuurdatum konden niet worden weggenomen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De beslissing werd genomen na een inhoudelijke behandeling op 19 november 2024 en sluiting van het onderzoek op 31 januari 2025.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.