Op 29 juli 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, P. Phillips, een beschikking gegeven in een zaak betreffende voorlopige voogdij over een pasgeboren baby, hierna te noemen [minderjarige]. De ouders van [minderjarige] hebben aangegeven niet in staat te zijn om voor hun kind te zorgen en overwegen afstand ter adoptie te doen. De moeder, die op dat moment 18 jaar oud is, heeft tijdens de zwangerschap alcohol en cannabis gebruikt, wat heeft geleid tot extra medische zorgbehoefte voor [minderjarige], die prematuur is geboren. De kinderrechter heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, verzocht om de voorlopige voogdij over [minderjarige] te regelen, met de mogelijkheid voor de ouders om drie maanden bedenktijd te krijgen om een definitieve beslissing te nemen over hun kind.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders niet in staat zijn om de verantwoordelijkheid voor [minderjarige] te dragen en dat er dringend behoefte is aan een gecertificeerde instelling om in de gezagsuitoefening te voorzien. De Raad heeft aangegeven dat de ouders begeleiding nodig hebben in het afstandsproces. De kinderrechter heeft de voorlopige voogdij met ingang van 1 augustus 2025 tot 18 oktober 2025 verlengd en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de beslissing onmiddellijk moet worden uitgevoerd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter heeft ook verzocht om een aantekening in het centraal gezagsregister te maken, zodat de voorlopige voogdij over [minderjarige] voor iedereen kenbaar is.