ECLI:NL:RBZWB:2025:5118

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 augustus 2025
Publicatiedatum
6 augustus 2025
Zaaknummer
C/02/378576 / FA RK 20-5792
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Bollen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek omgangsregeling na intrekking door verzoeker

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek van de man tot een omgangsregeling met zijn minderjarige zoon. Bij een eerdere beschikking was een voorlopige begeleide omgangsregeling van een uur per twee weken vastgesteld. De man trok zijn verzoek in, omdat de vrouw het contact tussen hem en zijn zoon niet op een vreedzame wijze wilde laten plaatsvinden en hij emotioneel en financieel uitgeput was.

De rechtbank constateerde dat door deze intrekking geen inhoudelijke beoordeling van het verzoek meer nodig was. De vrouw gaf aan dat er al geruime tijd geen contact meer was en dat de man alle betrokken hulpverlening had stopgezet, waardoor herstel van contact niet mogelijk was. De rechtbank besloot het verzoek af te wijzen en de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

De beschikking werd gegeven door kinderrechter Bollen en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2025. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na datum uitspraak, via het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het verzoek tot omgangsregeling wordt afgewezen wegens intrekking door de verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/378576 / FA RK 20-5792
datum uitspraak: 5 augustus 2025
nadere beschikking
in de zaak van
[de man], hierna te noemen: de man,
wonende te [woonplaats 1],
advocaat: mr. A. van Tol-Macharoblishvili te Tilburg,
tegen
[de vrouw],hierna te noemen de vrouw,
wonende te [woonplaats 2],
advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze en Rijen.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1.Het verdere procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
  • de in deze zaak gegeven beschikking van 20 december 2024 en alle daarin vermelde stukken;
  • het F5-formulier van mr. Van Tol-Macharoblishvili van 9 februari 2025;
  • het F9-formulier van mr. Van Kerkhof van 24 juni 2025.

2.De nadere beoordeling

2.1
Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank een voorlopige (begeleide) omgangsregeling tussen de man en [de minderjarige] bepaald van een uur per twee weken. Het overige deel van het verzoek is aangehouden tot 24 juni 2025 pro forma in afwachting van berichten van de advocaten van partijen.
2.2
Bij voormeld F5-formulier heeft mr. Van Tol-Macharoblishvili namens de man het volgende bericht. De voorlopige omgangsregeling die de rechtbank heeft bepaald bij beschikking van 20 december 2024 per januari 2025 is stilgelegd door de vrouw. Volgens de man is de vrouw niet van plan op welke manier dan ook het contact tussen hem en zijn zoon op een vreedzame manier te laten plaatsvinden. De man is emotioneel en financieel gezien moegestreden. Met pijn in zijn hart trekt de man het verzoek in teneinde de strijd te beëindigen. De man is teleurgesteld in de wijze waarop deze procedure is verlopen.
2.3
Abusievelijk heeft de rechtbank deze intrekking niet direct als zodanig verwerkt.
2.4
Bij F9-formulier van 24 juni 2025 heeft mr. Van Kerkhof namens de vrouw aangegeven dat er al geruime tijd geen contact meer is tussen de man en [de minderjarige]. De man heeft alle betrokken hulpverlening stopgezet, waardoor contactherstel niet meer mogelijk is. Namens de vrouw wordt verzocht de procedure te sluiten.
2.5
Nu de man zijn verzoek heeft ingetrokken, behoeft het verzoek geen inhoudelijke beoordeling en beslissing meer van de rechtbank. De rechtbank zal het verzoek van de man daarom afwijzen.
2.6
Omdat partijen een relatie met elkaar hebben gehad en de zaak over hun kind gaat, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.

3.De beslissing

De rechtbank
wijst het verzoek van de man af;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2025 in aanwezigheid van Van Beijsterveldt, griffier.
Mededeling van de griffier:
Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te
's-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.