Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van een WIA-uitkering van een (ex-)werkneemster. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 14 april 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag overschrijding met een maximum van €15.000.
Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet het UWV het griffierecht en proceskosten van in totaal €453,50 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 6 augustus 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.