ECLI:NL:RBZWB:2025:5141
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens verschoonbare termijnoverschrijding en onvoldoende bewijs parkeerbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Breda. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de aanslag. Belanghebbende stelde dat de aanslag onterecht was omdat de parkeerbelasting op de locatie niet duidelijk was aangegeven.
De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep. Hoewel het beroepschrift buiten de termijn was ingediend, oordeelde de rechtbank dat sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding. Dit werd onderbouwd door de ziekenhuisopname van belanghebbende en de daaropvolgende infectie, waardoor het niet tijdig indienen niet aan hem kon worden toegerekend. De beperkte omvang van de termijnoverschrijding en het ontbreken van belangen van derden speelden hierbij mee.
Inhoudelijk stelde de rechtbank dat het aan de heffingsambtenaar was om aannemelijk te maken dat de parkeerbelasting op de locatie voldoende duidelijk was aangegeven, bijvoorbeeld door het overleggen van foto's. Dit bewijs werd niet geleverd, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en de naheffingsaanslag werd vernietigd.
De rechtbank bepaalde tevens dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan belanghebbende moet vergoeden. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraak op bezwaar en is onherroepelijk na het verstrijken van de beroepstermijn van zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd wegens verschoonbare termijnoverschrijding en onvoldoende bewijs van duidelijke parkeerbelastingaanduiding.