Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de weigering van een Wajong-uitkering van 25 september 2024. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is vanwege de overschrijding van de beslistermijn, nadat eiseres het UWV op 17 april 2025 in gebreke had gesteld.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan beperkte capaciteit van verzekeringsartsen en grote werkvoorraden, waardoor geen fysieke hoorzitting kon worden gepland. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging en het belang van een tijdige beslissing.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 6 augustus 2025.