ECLI:NL:RBZWB:2025:5146

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 juli 2025
Publicatiedatum
6 augustus 2025
Zaaknummer
C/02/437747 / JE RK 25-1296
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Toekoen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige in het kader van de Jeugdwet

Op 23 juli 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, een machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor een minderjarige, geboren in 2010, in het kader van de Jeugdwet. De zaak betreft een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, die zich zorgen maken over de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige. De minderjarige heeft een geschiedenis van problematisch gedrag, waaronder excessief drugsgebruik en wegloopgedrag, wat heeft geleid tot een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp eerder in juli 2025. Tijdens de mondelinge behandeling op 23 juli 2025 zijn zowel de minderjarige als zijn moeder gehoord, evenals vertegenwoordigers van het college. De kinderrechter heeft vastgesteld dat er ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren. De kinderrechter heeft de machtiging voor een periode van drie maanden verleend, met de mogelijkheid tot verlenging, en heeft de zaak aangehouden voor verdere beoordeling van de situatie van de minderjarige. De kinderrechter heeft ook verzocht om een actuele verklaring van een onafhankelijke gedragswetenschapper voor de volgende zitting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers : C/02/437771 / JE RK 25-1303 (spoedmachtiging gesloten jeugdhulp)
: C/02/437747 / JE RK 25-1296 (machtiging gesloten jeugdhulp)
Datum uitspraak: 23 juli 2025
(Nadere) beschikking van de kinderrechter over (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaken van
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal,
zetelende te Roosendaal, hierna te noemen het college,
over de minderjarige
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. M. Houweling in Roosendaal.
De kinderrechter merkt in deze zaak als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
  • het op 1 juli 2025 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen (in de zaak C/02/437747 / JE RK 25-1296);
  • de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 14 juli 2025 en alle daarin genoemde stukken (in de zaak C/02/437771 / JE RK 25-1303);
  • het op 21 juli 2025 ontvangen e-mailbericht van het college, met als bijlage de instemmende verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper.
1.2.
Op 23 juli 2025 heeft de kinderrechter beide verzoeken, met gesloten deuren, gelijktijdig mondeling behandeld. Bij die behandeling zijn verschenen en gehoord:
  • [minderjarige] , die ook apart is gehoord, bijgestaan door mr. Houweling;
  • de moeder, die telefonisch is gehoord;
  • twee vertegenwoordigsters namens het college.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verbleef op de groep [accommodatie 1] in [plaats 1] .
2.3.
Bij voormelde beschikking van 14 juli 2025 is ten aanzien van [minderjarige] een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 14 juli 2025 tot 28 juli 2025. Deze machtiging is verleend zonder de belanghebbenden daaraan voorafgaand in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord.
2.4.
Op grond van voormelde spoedmachtiging verblijft [minderjarige] momenteel bij [accommodatie 2] in [plaats 2] , in een gesloten setting.

3.De verzoeken en de onderbouwing daarvan

3.1.
De kinderrechter dient allereerst te beoordelen of er sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven om voormelde spoedbeslissing van 14 juli 2025 met ingang van heden te herroepen.
3.2.
Aan de orde is nog het verzoek van het college, na een mondelinge wijziging/verduidelijking van het verzoek, om ten aanzien van [minderjarige] een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van in totaal zes maanden, waarbij thans drie maanden wordt uitgesproken en de beslissing over de overige drie maanden wordt aangehouden tot een nadere mondelinge behandeling, zodat er sprake zal zijn van een tussentijds toetsmoment.
3.3.
Het college heeft ter onderbouwing van voormelde verzoeken, samengevat, onder meer het volgende aangegeven.
3.4.
[minderjarige] heeft al eerder met een machtiging gesloten jeugdhulp in een gesloten setting verbleven. Daarna heeft hij meermaals op een crisisgroep verbleven ([crisisgroep]) en bij [kliniek] . Sinds april 2025 verbleef hij op een groep bij [accommodatie 1] . Daar zijn de zorgen over [minderjarige] echter in korte tijd toegenomen. [minderjarige] glijdt af in excessief drugsgebruik en staat niet open voor behandeling, althans het lukt hem niet om hiervoor voldoende ruimte te maken. Op 9 juni 2025 heeft [minderjarige] een overdosis ingenomen van zeven bommetjes natte speed en Wodka. Onder invloed daarvan is hij gaan hallucineren en heeft hij een watervergiftiging opgelopen. Daarop zijn de politie en de ambulance gealarmeerd. In de nacht heeft [minderjarige] vervolgens agressief gedrag vertoond richting personeel en spullen, en hij raakte betrokken bij vechtpartijen. Na voormeld incident heeft [accommodatie 1] besloten dat de veiligheid van [minderjarige] op de groep niet langer kan worden gewaarborgd. Naar aanleiding hiervan heeft het college het reguliere verzoek machtiging gesloten jeugdhulp ingediend.
3.5.
Op 13 juli 2025, dus voordat voormeld reguliere verzoek mondeling is behandeld, is [minderjarige] echter weggelopen. De jongeren met wie [minderjarige] vaak buiten hangt, hebben toen aangegeven dat zij zich grote zorgen maken over [minderjarige] . Hij zou wederom onder invloed zijn van drugs en suïcidale uitspraken hebben gedaan. Onduidelijk was waar en met wie hij toen verbleef. [accommodatie 1] heeft daarop aangegeven dat zij de veiligheid van [minderjarige] niet kan waarborgen wanneer de politie hem terugbrengt. Naar aanleiding hiervan heeft het college het verzoek spoedmachtiging gesloten jeugdhulp ingediend, teneinde hem per direct in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp te kunnen plaatsen.
3.6.
Het college is, gezien het voorgaande, aldus van mening dat een plaatsing van [minderjarige] in een gesloten setting noodzakelijk is ter bescherming van hemzelf en ter voorkoming van wegloopgedrag. [minderjarige] heeft rust en structuur nodig om (verder) te kunnen stabiliseren. Bij [accommodatie 2] zal er vanuit een gesloten setting worden ingezet op observatie en diagnostiek. Naar aanleiding daarvan zal er een passend behandelplan worden opgesteld en uitgevoerd, waarbij zal worden bezien of een terugplaatsing van [minderjarige] naar de open groep bij [accommodatie 1] nog tot de mogelijkheden behoort of dat het (meer) passend wordt geacht om hem te plaatsen op een hybride groep bij [accommodatie 2] . Een terugkeer naar huis is op dit moment in ieder geval niet haalbaar.
3.7.
Het college heeft twee schriftelijke verklaringen van de onafhankelijke gedragswetenschapper, de heer [naam], overgelegd waaruit blijkt dat hij instemt met beide verzoeken. Als toelichting daarop heeft de onafhankelijke gedragswetenschapper, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Op 3 juli 2025 heeft hij [minderjarige] in een deplorabele toestand aangetroffen op de groep (bij de beoordeling van het reguliere verzoek machtiging gesloten jeugdhulp). [minderjarige] zag eruit alsof hij dagen niet geslapen had en hij fors onder invloed van middelen was. Naar de mening van de onafhankelijke gedragswetenschapper is een verklarende analyse dan wel een (aanvullend) diagnostisch onderzoek nodig naar onder meer trauma’s, autismespectrumstoornis (ASS) en de gehechtheidsontwikkeling van [minderjarige] . De onafhankelijke gedragswetenschapper acht een gesloten plaatsing van [minderjarige] dringend noodzakelijk. Hij heeft tot slot aangegeven, om voor een langere periode de veiligheid van [minderjarige] te kunnen waarborgen en om de noodzakelijk geachte onderzoeken en behandeling te kunnen inzetten, eerder een machtiging voor de duur van zes maanden dan een machtiging voor de duur van drie maanden passend wordt geacht.

4.De standpunten

4.1.
[minderjarige] heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. [minderjarige] verblijft inmiddels een week bij [accommodatie 2] in een gesloten setting. Het gaat nu beter met hem. Hij erkent dat hij grote hoeveelheden en meerdere soorten drugs heeft gebruikt en dat hij is weggelopen. Het klopt ook dat hij daardoor steeds verder is afgetakeld. [minderjarige] kan instemmen met een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden. Hij denkt niet dat een machtiging voor de resterende drie maanden nodig zal zijn. Het liefste keert hij terug naar de open groep van [accommodatie 1] in [plaats 1] .
4.2.
De advocaat heeft ter aanvulling daarop, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. [minderjarige] erkent dat er zorgen over hem zijn. Maar hij heeft ook behoefte aan perspectief. De advocaat verzet zich niet tegen het verzoek.
4.3.
De moeder heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. De moeder wil [minderjarige] beschermen tegen zichzelf. De moeder maakt zich voortdurend zorgen dat [minderjarige] iets overkomt, vanwege een overdosis of omdat iemand hem iets aandoet. Bij de open groep is volgens de moeder al veel geprobeerd en ingezet, maar daar kan op dit moment zijn veiligheid niet meer worden gewaarborgd. De moeder ziet op dit moment dan ook geen andere mogelijkheid meer dan een plaatsing van [minderjarige] in een gesloten setting, met observatie en diagnostiek, om van daaruit de mogelijkheden te onderzoeken voor een plaatsing van [minderjarige] in een (meer) open setting. De moeder vindt het ook belangrijk dat de problematiek van [minderjarige] bij de kern wordt aangepakt. Anders zou er enkel sprake zijn van symptoombestrijding.

5.De (nadere) beoordeling

5.1.
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, overweegt de kinderrechter als volgt.
Wettelijk kader
5.2.
Uit artikel 6.1.2, eerste lid van de Jeugdwet volgt dat de kinderrechter een machtiging kan verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Op grond van het tweede lid van voormeld artikel kan een machtiging slechts worden verleend, indien naar het oordeel van de kinderrechter:
jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
5.3.
In artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet staat dat de kinderrechter, indien een machtiging niet kan worden afgewacht, een spoedmachtiging kan verlenen. Dan moet onmiddellijke verlening van jeugdzorg noodzakelijk zijn.
Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
5.4.
De kinderrechter verwijst naar de inhoud van voormelde beschikking van 14 juli 2025. Hierbij is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend voor de duur van twee weken, in dit geval tot 28 juli 2025. Deze beslissing is gegeven zonder dat de belanghebbenden daaraan voorafgaand in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening daarover te geven. Tijdens de mondelinge behandeling zijn de belanghebbenden daartoe in de gelegenheid gesteld. Naar aanleiding daarvan is, naar het oordeel van de kinderrechter, niet gebleken dat er sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden waardoor de spoedbeslissing van 14 juli 2025 met ingang van heden zou moeten worden herroepen. De kinderrechter laat deze spoedbeslissing dus in stand.
Machtiging gesloten jeugdhulp
5.5.
Uit de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt dat er zorgen zijn over [minderjarige] vanwege excessief middelengebruik (met alle gezondheidsrisico’s van dien), agressie tegen personen en spullen en dat er sprake is van wegloopgedrag waarbij het onduidelijk is waar en met wie hij dan verblijft. Ook staat [minderjarige] niet open voor begeleiding en behandeling, althans binnen de open setting. Als gevolg hiervan is het verblijf van [minderjarige] in de opvoedsituatie bij de moeder of op een open groep onhoudbaar geworden.
5.6.
De kinderrechter is, gezien het voorgaande, van oordeel dat er bij [minderjarige] sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar zijn volwassenheid ernstig belemmeren. Daarnaast onttrekt [minderjarige] zich aan de noodzakelijk geachte begeleiding en behandeling door niet mee te werken en door vaak weg te lopen, waarbij hij zich onttrekt aan het ouderlijk gezag van zijn moeder. Vanwege het wegloopgedrag en nu gebleken is dat [accommodatie 1] , de open groep waar [minderjarige] voor het laatst verbleef, heeft aangegeven dat zijn verblijf op de open groep onhoudbaar is en dat de veiligheid van hemzelf (en die van anderen) in die setting niet langer gewaarborgd kan worden, zijn er, naar het oordeel van de kinderrechter, op dit moment geen minder ingrijpende mogelijkheden dan een plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp. Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat wordt voldaan aan voormelde wettelijke vereisten voor een plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp.
5.7.
De kinderrechter zal het mondeling gewijzigde/verduidelijkte verzoek van de GI toewijzen, in die zin dat hij een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] zal verlenen voor de duur van drie maanden. De beslissing over het resterende deel van het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen (in dit geval voor de duur van drie maanden) zal worden aangehouden tot de hierna te noemen dag en tijdstip waarop de mondelinge behandeling zal worden voortgezet.
5.8.
De kinderrechter verzoekt aan het college om tijdig voorafgaand aan de volgende mondelinge behandeling een (korte) schriftelijke update te geven over de actuele stand van zaken met betrekking tot het verblijf van [minderjarige] bij [accommodatie 2] , de voortgang van zijn begeleiding en behandeling en met betrekking tot het verdere behandelplan en de bijbehorende behandeldoelen. Daarbij wordt het college verzocht om aan te geven of het resterende deel van het verzoek wordt gehandhaafd. Indien dat het geval is, verzoekt de kinderrechter aan het college
om tijdig voorafgaand aan de volgende mondelinge behandeling een nieuwe, actuele (instemmende) verklaring van een onafhankelijke gedragswetenschapper over te leggen die [minderjarige] kort daaraan voorafgaand feitelijk heeft onderzocht en waarbij de instemming ziet op het resterende deel van het verzoek.
5.9.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] , met ingang van 23 juli 2025 en tot 23 oktober 2025;
6.2.
houdt het resterende deel van het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen aan tot de mondelinge behandeling op
dinsdag [datum] 2025 om [uur], bij mr. Toekoen als kinderrechter, in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan de Stationslaan 10, 4815 GW, met het verzoek aan het college om hem tijdig voorafgaand aan die mondelinge behandeling schriftelijk te informeren, zijn standpunt te geven over het resterende deel van het verzoek en, indien het resterende deel van het verzoek wordt gehandhaafd, een nieuwe, actuele (instemmende) verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper te overleggen, zoals hiervoor onder rechtsoverweging 5.8 is overwogen;
6.3.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor de volgende mondelinge behandeling voor het college, de advocaat en de moeder;
6.4.
bepaalt dat [minderjarige] afzonderlijk wordt opgeroepen voor de volgende mondelinge behandeling;
6.5.
behoudt zich iedere (verdere) beslissing voor.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2025 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos als griffier, en op schrift gesteld op 7 augustus 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.