Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op de aanvraag van 21 augustus 2024 tot herbeoordeling van haar ex-werknemer op grond van de Wet WIA. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 2 december 2024 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat de herbeoordeling nog niet is uitgevoerd vanwege een tekort aan verzekeringsartsen. De rechtbank oordeelt dat een termijn van twee weken niet voldoende is gezien de omstandigheden en stelt een termijn van vier maanden vast om een zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt. Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.