Eiseres, geboren in 1956 in Paramaribo en in 1973 op bijna 17-jarige leeftijd naar Nederland gekomen, vroeg een eenmalig bedrag aan op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst. Dit bedrag is bedoeld als politiek-bestuurlijk gebaar voor ouderen die vanwege de Toescheidingsovereenkomst en het onafhankelijkheidsproces van Suriname geen volledige AOW-rechten hebben opgebouwd.
De minister wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de leeftijdsvoorwaarde van minimaal 18 jaar bij vestiging in Nederland. Eiseres voerde aan dat destijds de meerderjarigheidsgrens 21 jaar was en dat zij op grond van het gelijkheidsbeginsel recht had op het bedrag, mede omdat haar broer en zus het wel hadden ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat de minister een ruime beoordelingsvrijheid had bij het vaststellen van de leeftijdsgrens en dat deze grens van 18 jaar goed is onderbouwd en passend is bij het doel van het Tijdelijk besluit. De rechtbank wijst het beroep af omdat eiseres niet voldeed aan de leeftijdsvoorwaarde en geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de broer en zus wel aan de leeftijdsvoorwaarde voldeden.
Het beroep tegen het eerste besluit op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard vanwege vervanging door een nieuw besluit. De minister wordt wel verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 6 augustus 2025 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant.