Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van elf maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
10.Bijlage I
opzettelijk
brand heeft gesticht
in/bij een schuur gelegen bij een woning aan de [adres 2]
door open vuur in aanraking te brengen met een of meerdere brandbare stoffen en/of
hout(snippers) en/of plastic ten gevolge waarvan voornoemde schuur en/of nabij die schuur
gelegen bebouwing (een of meer woning[en]/pand[en]) en/of de goederen in/rondom die schuur,
woningen en/of panden geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand,
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voor voornoemd(e) schuur en/of woning (aan de
[adres 2] ) en/of nabijgelegen pand(en) en/of woningen en/of de daarin/rondom
aanwezige goederen, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [benadeelde 1]
[benadeelde 1] en/of de andere bewoner(s) van de woning aan de [adres 1] ,
te duchten was;
(Artikel art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht)
grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam
in/bij een schuur gelegen bij een woning aan de [adres 2] ,
open vuur in aanraking heeft gebracht met een of meerdere brandbare stoffen en/of
hout(snippers) en/of plastic
ten gevolge waarvan het aan zijn schuld te wijten is geweest, dat
die schuur en/of nabij die schuur gelegen bebouwing (een of meer woning[en]/pand[en]) en/of de
goederen in/rondom die schuur, woning(en) en/of panden geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand,
in elk geval dat er brand is
ontstaan,
en daardoor gemeen gevaar voor aan en/of naast en/of nabij die schuur gelegen bebouwing (een
of meer woning[en]/pand[en])
en/of de goederen in/rondom die schuur, woning(en) en/of panden, in elk geval gemeen gevaar
voor goederen, en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer personen (te weten [benadeelde 1]
[benadeelde 1] en/of de andere bewoner(s) van de woning aan de [adres 1] ), in
elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen
ontstond;
(Artikel art 158 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 158 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht)