ECLI:NL:RBZWB:2025:5268
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- M. van der Lende-Mulder Smit
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet van een tandarts wegens herhaaldelijk niet verschijnen voor werkzaamheden en de afwijzing van verzoeken om gefixeerde schadevergoeding
In deze zaak heeft een tandarts, die vanuit het buitenland was aangetrokken, op staande voet ontslag gekregen van zijn werkgever, omdat hij herhaaldelijk niet op zijn werk verscheen. De werkgever, een tandartspraktijk, verzocht om een gefixeerde schadevergoeding van ongeveer € 120.000, omdat de arbeidsovereenkomst van twee jaar niet tussentijds opzegbaar was. De tandarts diende een tegenverzoek in voor hetzelfde bedrag, maar beide verzoeken werden afgewezen. De kantonrechter oordeelde dat er geen dringende reden was voor het ontslag op staande voet, aangezien de werkgever had kunnen kiezen voor een loonstop en een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het tegenverzoek van de tandarts werd als te laat ingediend beschouwd, omdat dit binnen twee maanden na het ontslag had moeten gebeuren. De kantonrechter benadrukte dat de werkgever onvoldoende had onderbouwd dat het ontslag op staande voet gerechtvaardigd was, en dat er alternatieve maatregelen mogelijk waren geweest. De proceskosten werden door beide partijen gedragen.