ECLI:NL:RBZWB:2025:5268
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van der Lende-Mulder Smit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontslag op staande voet en gefixeerde schadevergoeding tandarts
Een tandarts, in dienst voor bepaalde tijd tot oktober 2026, werd op 28 februari 2025 op staande voet ontslagen wegens herhaaldelijk niet verschijnen op het werk. De werkgever vorderde een gefixeerde schadevergoeding van circa €120.000, gelijk aan het loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst, omdat tussentijdse opzegging niet mogelijk was. De werknemer stelde een tegenverzoek in voor dezelfde schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet. Ondanks het herhaaldelijk niet verschijnen en het uitblijven van contact, had de werkgever de loonstop kunnen voortzetten en ontbinding van de arbeidsovereenkomst kunnen verzoeken. De ernst van de situatie rechtvaardigde het ontslag niet, mede omdat de werknemer sinds 24 januari 2025 arbeidsongeschikt was.
Het tegenverzoek van de werknemer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend, terwijl de wettelijke termijn twee maanden na het ontslag bedraagt. De stelling dat deze termijn niet voor tegenverzoeken geldt, werd verworpen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt niet erkend en de vordering tot gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen; het tegenverzoek is niet-ontvankelijk wegens te late indiening.