Op 10 maart 2025 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn psychiater, die als ambtenaar in functie werkzaam was, bedreiging van zijn psychiater en arts, en een poging tot aanranding van zijn arts. Deze feiten vonden plaats in een GGZ-instelling waar verdachte opgenomen was onder een zorgmachtiging.
De rechtbank achtte de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen op basis van getuigenverklaringen, waaronder die van twee getuigen die de bedreigingen in het Nederlands hadden verstaan. Verdachte heeft onder andere zijn psychiater met kracht in het gezicht geslagen, bedreigde zijn behandelaren met woorden als "Als ik een pistool heb schiet ik jullie dood" en maakte een grijpende beweging naar het kruis van zijn arts terwijl hij wist dat deze dit niet wilde.
Verdediging voerde verminderd toerekeningsvatbaarheid aan vanwege psychische problematiek, maar de rechtbank oordeelde dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is. De reclassering adviseerde een onvoorwaardelijke straf vanwege het hoge recidiverisico en ernstige problematiek van verdachte.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden op, met aftrek van voorarrest, en verleende een zorgmachtiging voor zes maanden. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd aangehouden vanwege de lopende zorgmachtiging en mogelijke terugkeer van verdachte naar Syrië.
De straf zal worden uitgevoerd in een penitentiaire inrichting, met mogelijkheid tot deelname aan een penitentiair programma. Het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra het voorarrest gelijk is aan de opgelegde straf.