Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 2: op 18 juni 2024 [slachtoffer 3] met een mes heeft bedreigd;
feit 2: op 20 september 2024 [slachtoffer 4] tijdens videobellen heeft bedreigd en daarbij een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan [slachtoffer 4] heeft getoond;
feit 3: op 20 september 2024 heeft gehandeld in strijd met artikel 13, eerste lid, Wet wapens en Munitie.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- het dreigen mensen op die [slachtoffer 1] af te sturen als [slachtoffer 1] niet mee loopt,
- het dreigen die [slachtoffer 1] neer te steken als hij niet mee werkt,
- te zeggen dat hij mensen met een vuurwapen kent en/of dat die [slachtoffer 1] op moest passen,
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten:
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] ;
- het dreigen mensen op die [slachtoffer 1] af te sturen als [slachtoffer 1] niet mee loopt,
- het dreigen die [slachtoffer 1] neer te steken als hij niet mee werkt,
- te zeggen dat hij mensen met een vuurwapen kent en/of dat die [slachtoffer 1] op moest passen,
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten:
- het betasten van de penis van die [slachtoffer 1] ;
woorden toe te voegen:
- "ik ga je nu echt knallen" en/of "ik maak je nu dood" en/of "hou je kankermond nou broer ik schiet jullie allemaal dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
€ 91,35toewijzen. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten in voldoende rechtstreeks verband staan met het bewezenverklaarde en met stukken is onderbouwd. De verdediging heeft op dit punt ook geen verweer gevoerd.
€ 1.000,-, gelet op de omstandigheden, de onderbouwing die aan de vordering ten grondslag ligt en de hoogte van de schadevergoedingen die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De rechtbank is van oordeel dat deze schade in een voldoende verband staat met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door de bewezenverklaarde feiten. Uit de toelichting op de vordering van de benadeelde partij blijkt dat het incident een grote impact op het slachtoffer en zijn gevoel van veiligheid heeft (gehad). Het slachtoffer durfde gedurende vier maanden na het incident niet meer naar buiten, had last van slaap- en concentratieproblemen en zijn schoolprestatie gingen achteruit. De rechtbank acht het dan ook aannemelijk dat het incident ingrijpende gevolgen voor het slachtoffer heeft gehad. Voor het overige deel van de vordering zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan feit 3 onder 02-206892-24;
een werkstraf van 120 (honderdtwintig) uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
60 (zestig) dagen;
een jeugddetentie van 90 (negentig) dagen, waarvan 75 (vijfenzeventig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
van rechtswege gelden de bijzondere voorwaarden:
[slachtoffer 1]van
€ 1.091,35, waarvan € 91,35 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 13 april 2024 tot aan de dag der voldoening;
[slachtoffer 1] , € 1.091,35te betalen, waarvan € 91,35 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 april 2024 tot aan de dag der voldoening;
0 dagen gijzelingkan worden toegepast;