Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:5297

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 juni 2025
Publicatiedatum
8 augustus 2025
Zaaknummer
RK 25-000018
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94a SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring klaagschrift tegen conservatoir beslag op voertuigen wegens witwassen

Klager is op 18 juni 2024 aangehouden op verdenking van witwassen. Onder zijn eigendom zijn een Volkswagen Tiguan en een Volkswagen Caddy in beslag genomen. Klager verzoekt teruggave van deze voertuigen en stelt dat de gelden voor aankoop afkomstig zijn uit legaal inkomen en spaargelden.

De rechtbank heeft het klaagschrift op 27 mei 2025 behandeld, waarbij klager niet aanwezig was maar zijn advocaat wel. De officier van justitie stelde dat het beslag rechtmatig is omdat het dient als zekerheid voor een geldboete of ontnemingsvordering.

De rechtbank overweegt dat bij een artikel 94a Sv beslag moet worden getoetst of er een redelijk vermoeden van schuld is voor een misdrijf waarop een geldboete van de vierde of vijfde categorie kan worden opgelegd en of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat een geldboete of ontnemingsmaatregel zal volgen.

Gezien het omvangrijke onderzoek en de verdenking van witwassen acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat een geldboete of ontnemingsmaatregel wordt opgelegd ter hoogte van de waarde van de voertuigen. Daarom wordt het klaagschrift ongegrond verklaard.

Hoewel een groot contant geldbedrag is aangetroffen, is onduidelijk of klager eigenaar is en wat de relatie is tot de strafbare feiten. De rechtbank handhaaft het beslag als zekerheid voor mogelijke toekomstige verplichtingen.

Uitkomst: Het klaagschrift tegen het conservatoir beslag op de voertuigen wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-302434-23
rk.nummer: 25-000018
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a Sv van:
[klager]geboren op [geboortedag] 1987,
wonende te [adres],
woonplaats kiezende ten kantore van mr. R. el Bellaj, Kraaivenstraat 36-18, 5048 AB Tilburg

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 24 december 2024 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94a Sv, waaruit blijkt dat op 18 juni 2024 conservatoir beslag is gelegd op een Volkswagen Tiguan, voorzien van kenteken; [kenteken 1] en een Volkswagen Caddy, voorzien van kenteken; [kenteken 2];
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 27 mei 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie en mr. R. el Bellaj als gemachtigd advocaat van klager gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Namens klager wordt aangevoerd dat hij op 18 juni 2024 is aangehouden op verdenking van witwassen. Onder klager zijn, onder andere, een Volkswagen Tiguan (voorzien van kenteken; [kenteken 1]) en een Volkswagen Caddy (voorzien van kenteken; [kenteken 2]) in beslag genomen. Klager is de enige eigenaar over de in beslag genomen goederen en wenst teruggave van deze goederen. Daartoe overlegt klager de nodige stukken. Klager heeft de aangewende gelden tot de aankoop van zijn vervoersmiddelen verkregen uit inkomen en (contante) spaargelden. Klager wordt danig bezwaard door de voortduring van deze inbeslagname. Redenen waarom klager de rechtbank verzoekt tot gegrondverklaring van zijn klaagschrift onder teruggave van deze goederen aan klager.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard. Er is een machtiging conservatoir beslag afgegeven en de goederen waarover geklaagd wordt zijn van criminele herkomst en kunnen gebruikt worden ter voldoening van een op te leggen geldboete dan wel vordering tot ontneming.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het conservatoir beslag dat is gelegd op grond van artikel 94a Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad [1] moet de rechter, bij een artikel 94a, eerste, tweede of derde lid, Sv beslag onderzoeken:
(i) of ten tijde van de beslissing op het klaagschrift sprake van een redelijk vermoeden van schuld van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vierde of vijfde categorie kan worden opgelegd;
en
(ii) of zich het geval voordoet dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel dan wel een schadevergoedingsmaatregel zal opleggen.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van een verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Klager is verdachte in een zeer omvangrijk onderzoek waarin onder andere sprake is van het witwassen van crimineel verkregen gelden. De rechtbank is van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, een geldboete of een betalingsverplichting van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot tenminste de hoogte van de waarde van de inbeslaggenomen voorwerpen, zijnde de voertuigen, zal opleggen. Aangezien deze voertuigen dus kunnen strekken tot zekerheid van de nakoming van die verplichtingen, zal het klaagschrift ongegrond worden verklaard. Hoewel de advocaat in raadkamer heeft betoogt dat er een zeer groot contant geldbedrag in de woning van klager is aangetroffen,
€ 300.000,00 hetgeen zou kunnen strekken tot zekerheid van nakoming merkt de rechtbank op dat het nog maar de vraag is of klager als eigenaar over dit geldbedrag kan worden gezien en in welke relatie dit geldbedrag staat tot de tenlastegelegde strafbare feiten in het strafrechtelijk onderzoek naar klager.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94a Sv gelegde beslag ongegrond verklaren.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 10 juni 2025 genomen door mr. J.C. Gillesse rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 10 juni 2025.
De griffier is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).