ECLI:NL:RBZWB:2025:5298
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaar tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 mei 2025 het bezwaarschrift van een minderjarige veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van haar DNA-profiel, opgelegd na veroordeling voor bedreiging, mishandeling en belediging. De veroordeelde stelde dat DNA-onderzoek niet van betekenis zou zijn gezien de aard van het misdrijf en haar positieve ontwikkeling.
De rechtbank oordeelde dat het bevel tot DNA-afname rechtmatig was, omdat het misdrijf voldoet aan de wettelijke criteria en DNA-onderzoek kan bijdragen aan opsporing en vervolging. Bijzondere omstandigheden, zoals de minderjarige leeftijd en gering recidivegevaar, waren onvoldoende onderbouwd. Integendeel, het recidiverisico werd als hoog ingeschat door de Raad voor de Kinderbescherming.
De raadsman trok het argument over de aard van het misdrijf in en kon geen concrete motivering geven voor het bezwaar. De rechtbank benadrukte het belang van verantwoord gebruik van rechtsbijstand en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.