ECLI:NL:RBZWB:2025:5308

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 juni 2025
Publicatiedatum
8 augustus 2025
Zaaknummer
RK 25-004546
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding rechtsbijstand en kosten verzoekschrift ex artikel 530 Sv

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 20 juni 2025 het verzoek ex artikel 530 Sv Pro van een verzoeker die vergoeding vorderde voor gemaakte kosten in een klaagschriftprocedure. De procedure betrof een hond die op 5 oktober 2024 in beslag was genomen en eind november 2024 werd teruggegeven na intrekking van het klaagschrift.

Verzoeker vroeg vergoeding van € 514,25 aan rechtsbijstandskosten en een forfaitaire vergoeding van € 340,00 voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De officier van justitie stond volledig toe dat het verzoek werd toegewezen.

De rechtbank oordeelde dat de kosten van rechtsbijstand voldoende waren onderbouwd en billijk waren, en kende deze toe. Daarnaast werd het forfaitaire bedrag voor het verzoekschrift toegekend. De totale vergoeding van € 854,25 wordt overgemaakt op een derdenrekening van de raadsman. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van rechtsbijstandskosten en kosten van het verzoekschrift wordt toegewezen tot een bedrag van € 854,25.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: -
rk-nummers: 25-004546
Beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv Pro van:
[verzoeker]wonende te [plaats],
woonplaats kiezende ten kantore van mr. J. Biemond, J. Ledelstraat 116, 2518 KM Den-Haag

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 24 december 2024 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 van Pro het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 514,25, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de beslissing tot teruggave van de in beslag genomen hond van november 2024;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 27 mei 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie gehoord.
Verzoeker en zijn advocaat zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker wordt aangevoerd dat de op 5 oktober 2024 in beslag genomen hond van verzoeker na indiening van voormeld klaagschrift omstreeks eind november 2024 aan verzoeker is teruggegeven. Verzoeker wenst vergoeding van de door hem in de klaagchriftprocedure gemaakte kosten van € 514,25, te vermeerderen met de standaard vergoeding voor het indienen, opstellen en behandelen van dit verzoekschrift in raadkamer. Verzoeker vraagt de rechtbank zijn verzoekschrift toe te wijzen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek geheel toegewezen kan worden.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd door intrekking van het klaagschrift, nadat het in beslag genomen goed was teruggegeven.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
De Hoge Raad heeft op 16 juni 2020 [1] geoordeeld dat op grond van artikel 530 Sv Pro ook vergoeding gevraagd kan worden van de rechtsbijstandskosten gemaakt in een klaagschriftprocedure. Volgens artikel 534, eerste en vierde lid, Sv wordt een schadevergoeding toegekend als, en voor zover, de rechtbank dat billijk vindt. De rechtbank houdt daarbij rekening met alle omstandigheden.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 514,25is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3. De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 854,25, bestaande uit:
- € 514,25 aan kosten van rechtsbijstand en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift;
bepaalt dat een bedrag van
€ 854,25zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden J. Biemond - Den Haag, onder vermelding van “rk-nummer: 25-004546”.
Deze beslissing is op 20 juni 2025 genomen door mr. J.C.A.M. Los rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H.F. van Klaveren en J. van ‘t Westende, griffiers, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 juni 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.