Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:5312

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 juni 2025
Publicatiedatum
8 augustus 2025
Zaaknummer
RK 25-005297
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening en verwijzing verzoekschrift vergoeding kosten rechtsbijstand na teruggave mobiele telefoon

Op 20 juni 2025 heeft de enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een beslissing genomen op het verzoek ex artikel 530 Wetboek Pro van Strafvordering van een verzoeker die vergoeding vordert voor kosten rechtsbijstand en een forfaitaire vergoeding in verband met de teruggave van zijn in beslag genomen mobiele telefoon.

De mobiele telefoon was op 20 oktober 2024 in beslag genomen en na een klaagschrift en herhaalde verzoeken aan het Openbaar Ministerie op 8 januari 2025 teruggegeven. Verzoeker heeft kosten gemaakt voor rechtsbijstand en het opstellen van het verzoekschrift. De officier van justitie stond toe dat het verzoek integraal kon worden toegewezen.

De rechtbank stelde echter vragen over de financiële afspraken tussen verzoeker en zijn advocaat, zoals het bestaan van een opdrachtbevestiging, betaling van voorschotten en de verhouding tussen de kosten en de waarde van de telefoon. Omdat deze vragen niet beantwoord werden, en gezien het principiële karakter van de zaak en de mogelijke gevolgen voor toekomstige zaken, besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en de zaak te verwijzen naar de meervoudige raadkamer.

De behandeling van het verzoekschrift wordt aangehouden en verzoeker en zijn advocaat worden opgeroepen voor de voortzetting van de behandeling.

Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en verwijst het verzoekschrift naar de meervoudige raadkamer, waarbij verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-051680-25
raadkamernummer : 25-005297
datum : 20 juni 2025
heropeningsbeslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 Wetboek Pro van Strafvordering van:
[verzoeker]geboren op [geboortedag] 1999,
wonende te [adres]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. M.C.F. Jansen, Baronielaan 95, 4818 PC Breda

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 25 februari 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 1.558,36, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift of € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het besluit tot teruggave van het in beslag genomen goed van de officier van justitie van 8 januari 2025;
  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 3 juni 2025 heeft het onderzoek in raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie en mr. M.C.F. Jansen als gemachtigd advocaat van verzoeker, gehoord.
Namens verzoeker wordt aangevoerd dat op 20 oktober 2024 zijn mobiele telefoon in beslag is genomen. Ondanks herhaaldelijke verzoeken aan het Openbaar Ministerie is de mobiele telefoon niet teruggegeven. Daarop is een klaagschrift ingediend, Dit heeft ertoe geleid dat de officier van justitie tot teruggave van de mobiele telefoon is overgegaan. Het klaagschrift is daarop ingetrokken. Verzoeker heeft voor dit klaagschrift de hierboven genoemde kosten moeten maken.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek integraal kan worden toegewezen mede gelet op de onderbouwing bij de in raadkamer overgelegde stukken van de advocaat.

2.De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat voor het vaststellen van de betalingsverplichting van verzoeker naast het uurtarief en de verrichte werkzaamheden ook andere omstandigheden van belang kunnen zijn, waaronder het tijdstip van de afspraak/opdrachtbevestiging (wel of niet voorafgaand aan de in rekening gebrachte werkzaamheden), een inschatting van de kosten (gelet op ECLI: EU:C:2023:14) en eventuele afspraken over een minimaal en/of maximaal te betalen bedrag als de afspraak resultaatsafhankelijke kenmerken heeft.
De rechtbank heeft de advocaat bij afwezigheid van verzoeker in raadkamer dan ook vragen gesteld over de wijze waarop het verzoekschrift is ingediend en onderbouwd. Zo is het de rechtbank onder andere onduidelijk gebleven of - en wanneer - er een opdrachtbevestiging is opgemaakt, wat de daarin vastgelegde (financiële) afspraken waren, of bij het verlenen van de opdracht een voorschot is betaald en/of de declaratie van de advocaat door verzoeker is betaald. De rechtbank acht de antwoorden op deze vragen relevant, mede gelet op de jonge leeftijd van verzoeker, zijn schulden en zijn beperkte inkomsten. Daarbij komt dat de hoogte van de gedeclareerde kosten de waarde van de in beslag genomen en terug gegeven telefoon waarschijnlijk overstijgt. De advocaat heeft bij de behandeling in raadkamer de vragen van de rechtbank niet beantwoord.
Gelet op het principiële karakter van deze zaak en de mogelijke gevolgen voor toekomstige zaken ziet de rechtbank aanleiding om het onderzoek in raadkamer te heropenen en de zaak te verwijzen naar de meervoudige raadkamer. De rechtbank merkt nu reeds op de aanwezigheid van verzoek op de meervoudige raadkamerzitting nodig wordt geacht.

3.De beslissing

De rechtbank:
- heropent het onderzoek in raadkamer en
verwijst de behandeling van het verzoekschrift door naar de meervoudige raadkamer;
- bepaalt dat verzoeker en de advocaat opgeroepen worden tegen het tijdstip waarop de behandeling van het verzoekschrift wordt voortgezet;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is genomen door mr. J.C.A.M. Los, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. M.H.F. van Klaveren en J. van ‘t Westende, griffiers, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 juni 2025.