ECLI:NL:RBZWB:2025:5341

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 juli 2025
Publicatiedatum
11 augustus 2025
Zaaknummer
11606128 \ CV EXPL 25-1350 (T)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Zander
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over betaling en verweer in civiele zaak tussen LM Zorg en gedaagde

In deze civiele bodemzaak vordert LM Zorg B.V. betaling van een bedrag van €1.331,25 vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten van gedaagde. Gedaagde voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. Tijdens de mondelinge behandeling is gedaagde niet verschenen, ondanks behoorlijke oproeping, en heeft hij ook geen bericht van verhindering gestuurd.

De gemachtigde van LM heeft tijdens de zitting enkele producties ingebracht, waaronder facturen en een overzicht van betalingen, die echter te laat zijn ingediend. Omdat gedaagde niet aanwezig was om hierop te reageren, wordt hij in de gelegenheid gesteld alsnog te reageren, maar alleen met betrekking tot zijn verweer dat de gedane betalingen betrekking hebben op de vordering.

Gedaagde heeft vervolgens uit eigen beweging per e-mail zijn verweer kenbaar gemaakt, hoewel dit te laat is ingediend. De kantonrechter laat dit verweer toe en geeft LM de mogelijkheid om hierop te reageren. De zaak wordt opnieuw op de rol gezet voor het nemen van de benodigde akten en verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De kantonrechter houdt de zaak aan en stelt partijen in de gelegenheid nader te reageren op ingediende stukken en verweer.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11606128 \ CV EXPL 25-1350
Vonnis van 9 juli 2025
in de zaak van
LM ZORG B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: LM,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
[adres] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 9 april 2025
- de mondelinge behandeling van 2 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de namens LM tijdens de mondelinge behandeling overgelegde producties.
- de e-mail van [gedaagde] van 7 juli 2025.
1.2.
Daarna is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
LM vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.331,25, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.113,25 en de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van LM.
2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is [gedaagde] , hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De kantonrechter heeft ook geen bericht van verhindering van hem ontvangen, zodat hij met de gemachtigde van LM de vordering en het verweer van [gedaagde] heeft besproken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde namens LM nog enkele producties in het geding gebracht, te weten een factuur van 30 maart 2024 ten bedrage van € 903,47, een factuur van 13 april 2024 ten bedrage van € 304,67 en een e-mailbericht van 2 juli 2025 van LM aan de gemachtigde met daarin een overzicht waarin te zien zou zijn op welke facturen de door [gedaagde] betaalde bedragen zijn afgeboekt.
2.4.
Omdat deze producties te laat zijn ingediend en [gedaagde] niet tijdens de mondelinge behandeling is verschenen en hierop nog niet heeft kunnen reageren, zal hij in de gelegenheid worden gesteld om op de overgelegde stukken te reageren, maar alleen in relatie tot zijn verweer dat de door hem op 25 april 2024 en 2 mei 2024 gedane betalingen betrekking hebben op de vordering.
2.5
Per e-mail van 7 juli 2025 heeft [gedaagde] uit eigener beweging zijn verweer in deze zaak (nogmaals) kenbaar gemaakt. Hoewel dit verweer strikt genomen te laat is toegestuurd – dit had [gedaagde] voorafgaand of uiterlijk tijdens de mondelinge behandeling moeten doen - zal de kantonrechter, mede gelet op wat hiervoor onder 2.4 is overwogen, de e-mail van [gedaagde] toelaten. LM zal in de gelegenheid worden gesteld om op de e-mail van [gedaagde] te reageren.
2.6
Nadat beide partijen hebben gereageerd zoals hiervoor aangegeven, zal de kantonrechter vonnis wijzen.
2.7
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 23 juli 2025voor het nemen van een akte door [gedaagde] over wat is vermeld onder rechtsoverweging 2.4 en door LM naar aanleiding van de e-mail van [gedaagde] van 7 juli 2025 zoals vermeld onder rechtsoverweging 2.5.
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.